MIDI & Nostalgie
De MIDI-rubriek van deze maand wordt gevuld met noten en
nostalgie. Want we introduceren in deze aflevering Capella 1.5 voor
DOS, een kleine maar fijne tekstverwerker om uw notenbeeld een goed
aanzicht te geven. Daarna halen we het verleden naar boven, met een
bespreking van het beroemde 'orgelgevoel' van Hammond.
door Rem Parlando
Lang niet alle MIDI-muzikanten zijn met nootjes bezig. Ze componeren
naar hartelust, dat wel. Maar ze doen dit intuitief en ze maken flink
gebruik van de technische mogelijkheden van het digitale muzikale
instrumentarium en de computer. Er zijn ook andere componisten, die
overigens door een conservatieve stroming als 'de echte' worden
bestempeld, juist omdat ze die nootjes wel gebruiken. Deze discussie
laten we nu voor wat het is. Maar de laatste categorie maakt, nadat
hier en daar flink wat scepsis was overwonnen, tegenwoordig ook flink
gebruik van de computer met MIDI-inter-face. Want ook voor hen is
het een gemak gebleken potlood, gum en balken papier opzij te kunnen
leggen en driftig te experimenteren met toetsen bord, muis en software.
Er zijn inmiddels al heel wat notatieprogramma's, want zo heten ze, op
de markt. In de categorie 'groot(s) en overvloedig' is er pure notatie-
software als Finale en Music Printer Plus'. Daarnaast zijn er MIDI-
programma's die hun notatiefaciliteiten vergezeld laten gaan van
sequence-mogelijkheden, waarvan Musicator een goed voorbeeld is.
Pure integratie van die twee opties kunt u aantreffen in een programma
als Logic, die nog in deze kolommen besproken gaat worden.
Capella
Capella 1.5 voor DOS doet een en ander een stuk simpeler en is het
best te omschrijven als een eenvoudige maar doeltreffende
tekstverwerker voor noten. Een notenverwerker dus, als je flauw wilt
zijn. Niks geen tierelantijnen, geen overbodige franje en functies die de
meeste van ons nooit zullen gebruiken. En dat is wel eens verfrissend,
als je al veel van die grote programma's aan je beeldscherm voorbij
hebt zien gaan. Verfrissend is trouwens ook de manier waarop de
importeur, uitgeverij Auctor, Capella op de markt brengt. U kunt eerst
rustig met dit van oorsprong Duitstalige programma kennis maken
middels een f10,- kostende demo-diskette. Nu zijn we van demo-
diskettes doorgaans gewend dat er een flink gestripte programmaversie
op staat, dat slechts een globaal beeld van de mogelijkheden geeft. De
Capella-demo bevat daarentegen het volledige programma, met als
enige beperking dat u geen eigen werk kunt opslaan. Voor de rest
werkt alles zodat er flink ge xperimenteerd kan worden. Nog leuker is
het feit dat ook de duidelijke en didactisch goed verzorgde handleiding
(voor 19,90) vrij verkrijgbaar is, al dan niet als pakket samen met de
demo-diskette. Al met al een goede zaak, want zo kunt u een zeer
gerichte keuze maken zonder grote financi le risico's. Bijna 'snoezig' is
het copyright-verhaal in de kennismakingsafdeling van het handboek.
Hierin wordt (in vele gevallen terecht) gesteld dat het vaak veelvuldig
kopi ren van software door de grote softwarebedrijven al van te voren
wordt opgevangen door een hoge prijs. Auctor wil hier niet aan
meedoen en wil voor haar produkten een re le prijs vragen. In het
geval van Capella is dit f175,-, inderdaad zeker niet hoog te noemen.
Als 'tegenprestatie' vraagt Auctor de lezer/gebruiker om geen 'foute'
exemplaren in omloop te brengen, 'om dit experiment te laten slagen'
(citaat). Van een geregistreerd exemplaar kunt u wel weer een demo-
diskette maken, die vrij mag worden verspreid. Waarschijnlijk: graag
zelfs! Tenslotte nog een laatste opmerking in deze uitgebreide
introductie van het Capella-fenomeen. Binnenkort, of misschien al wel
op het moment dat u dit leest, komt de Windows-2.1 versie uit. Ook
hier kunt u mee kennismaken, en wel op bovenbeschreven voorwaar-
den. Er gelden natuurlijk wel andere prijzen, behalve voor de demo-
diskette die ook weer een tientje kost. Maar de volledige en evenals
Capella voor DOS in Nederlandstalige vorm uitgegeven
programmaversie gaat dan f325,- kosten, terwijl het handboek voor
f35,- de winkels uit mag. En had u al een DOS-versie gekocht, dan
betaalt u simpelweg het prijsverschil bij. Zo gemakkelijk gaat dat en
dat is toe te juichen.
Zonder franje
Wij zullen die Windows-versie bespreken, zodra dit programma op onze
burelen ligt. Nu fietsen we in snel tempo door de belangrijkste
kenmerken en structuren heen, zodat u alvast een eerste indruk van de
DOS-versie heeft. Het is zoals gezegd een programma om uw muzikale
spinsels in partituren om te zetten, het een en ander mooi op te maken
om het uiteindelijk netjes uit te printen. In Capella is het slim deze
volgorde ook te hanteren. Want hoewel er voldoende mogelijkheden
voorhanden zijn om zonder al te veel franje uw partituren uiteindelijk
overzichtelijk op papier te krijgen, doet de gevolgde weg soms wat
stug aan. Logisch ook voor zo'n relatief goedkoop programma, want
met het zakken van de prijs neemt vaak behalve de functionaliteit ook
de flexibiliteit ietwat af. Het is dus in Capella zaak van te voren goed
te weten wat men van plan is, om daarna een duidelijke en rechte weg
te volgen naar het eindresultaat.
Mogelijkheden
Ook het 'uiterlijk' van Capella is van alle versiersels ontdaan, wat als
voordeel heeft dat het overzicht rustig oogt. Via de muis of een
toetscombinatie roept u de verschillende uitrol-menu's op, die zijn
benoemd met de bekende termen als bestand, blok, bewerken, extra,
instellingen en help. Voor het gebruik van allerlei symbolen, balken en
nog meer moois is een apart teken-menu beschikbaar. Behalve het
maken van een partituur door de klanken noot voor noot op een balk te
verwoorden, kunt u Capella ook real time met uw muziek bevruchten.
De invoer gaat via het toetsenbord, dat dan als een klein keyboard in
ingesteld. Terugluisteren kan via een Sound-Blaster-compatibele
geluidskaart of via een MIDI-interface naar uw key board. Voor
noodgevallen kunt u altijd terugvallen op het beperkte PC-
luidsprekertje. Voor de invoer via uw MIDI-apparatuur hebt u een
extra programmaatje nodig met de naam Intro, wat voor f35,- apart te
koop is. Verder kunt u partituren maken tot 24 stemmen, waarbij het
mogelijk is in elke stem accoorden in te voeren. Hierbij kan men
gebruik maken van alle gebruikelijke notensleutels, maatsoorten, triolen
en alle toonsoorten van zeven mollen tot zeven kruizen. Alle noten
kunnen verschoven dan wel getransponeerd worden en de stemmen
kunt u eventueel uitsplitsen. Bij het gebruik van notenstokken worden
notensystemen indien nodig automatisch afgebroken. Met al dit
gereedschap kunt u de partituur op het scherm de vorm geven die u
wenst, om het daarna met een ruime keuze aan afmetingen in vector-
kwaliteit uit te printen.
Conclusie
Zo op het eerste gezicht komt Capella vooral sympathiek over door de
doeltreffende eenvoud. Natuurlijk zijn er enkele beperkingen en lijken
de noodzakelijke handelingen niet altijd even logisch te verlopen. Maar
alles went. En we zijn in dit verband dan ook zeer benieuwd naar de
ongetwijfeld soepeler werkende Windows-versie. Maar als u een simpel
en goed werkend notatieprogramma nodig hebt voor uw
componeerwerk, en u hebt geen zin in overvloed en andere extra
verleidingen, dan is deze Capella-versie ook al door de lage prijs een
prima keus. De bezitters van een eenvoudige XT zijn in ieder geval
met deze software geholpen, want de DOS-versie van Capella stelt
weinig eisen aan de aanwezige hardware.
Inlichtingen: Auctor, tel.: 055-218959.
Hammond
Iedereen heeft, als het om orgels gaat, de naam Hammond ongetwijfeld
wel eens horen vallen. De klanken van wijlen Cor Steijn zijn voor de
meeste oudere lezers van deze MIDI-rubriek zeer bekend en menig
bruiloft zal door dit specifieke timbre zijn opgeluisterd. Maar ook voor
fabrikant Hammond/Suzuki is de tijd niet stil blijven staan, wat ze
illustreren met het feit dat hun muziekinstrumenten steeds aan de
behoeften en mogelijkheden van deze tijden worden aangepast. Daarom
deze maand ook eens aandacht voor dit fenomeen, met de twee jaar
oude XB-5 als leidraad. Bij de produktie van dit orgel is men uitgegaan
van de mogelijkheden van de legendarische voorganger B-3 uit vroeger
jaren. De XB-5 biedt echter verder nog een aantal extra's, vooral op
MIDI-gebied. Ook daarom is dit exemplaar zeer geschikt voor een
nadere beschouwing op deze pagina's.
Vrij MIDI-kanaal
Voor de verandering beginnen we ook maar meteen met de MIDI-
mogelijkheden, waarvan er behoorlijk veel voorradig zijn. Er zijn twee
klavieren die naar keuze aanslaggevoelig zijn via MIDI-out. Daarnaast
kunt u vier verschillende velocity-curves selecteren. De nadruk is
gelegd op het real-time functioneren van het orgel via de MIDI-
kanalen. Heel handig zijn de drie druktoetsen op het bedieningspaneel,
waarmee alle MIDI-functies voor de twee klavieren apart kunnen
worden in- en uitgeschakeld. Alle paneelhandelingen worden als 'Non
Registered Parameter'veranderingen uitgestuurd, zelfs het schuiven aan
de drawbars. Zo kunt u uw composities direct in een sequencer
opnemen en precies hetzelfde laten weergegeven, inclusief alle
registratieveranderingen. De XB-5 beschikt verder over een pitchbend-
wiel en een modulatie-wiel waarvan de eerste ook op het orgelsignaal
werkt. Voor het modulatie-wiel en de twee aan te sluiten schakel-
controllers kunt u vrij kiezen welk controllernummer ze moeten
uitsturen. Elk klavier kan op een vrij te kiezen MIDI-kanaal zenden en
voor elk van de negen geheugenprogramma's van de XB-5 kan voor
alle klavieren apart een program change worden geprogrammeerd.
Hierbij kunt u bij een geheugenwissel voor maximaal drie aangesloten
modules (of n multitimbrale module) het juiste geluid klaarzetten. De
keymap-functie maakt het mogelijk voor het orgelgeluid een gedeelte
van het toetsenbord uit te sluiten. Voor de MIDI-out richting kunt u
dezelfde functies gebruiken die bovendien onafhankelijk zijn te
programmeren. Zo is het dus mogelijk om op n klavier een gedeelte
voor een externe MIDI- module te gebruiken en een ander deel voor
het XB-5 geluid zelf. Tenslotte is het ook nog mogelijk het MIDI-
signaal per klavier maximaal vier octaven omhoog of omlaag te
transponeren.
Digitaal
Aangezien we hier met een volledig digitaal instrument te maken hebben
biedt de XB-5 een aantal handige extra functies. Tijdens het spelen
toont het display een play -menu, waarbij er volledige controle is over
functies als transpose en waar u bijvoorbeeld ook de sustain voor het
boven- en onderklavier aan en uit kunt schakelen. Via de menuknop
krijgen we toegang tot een aantal andere menu's, waar u verschillende
fijnafstellingen naar eigen believen kunt aanpassen. In het Drawbar -
menu kan men de klankkleur van het orgel veranderen door te kiezen
uit bright , mellow en B-type . In de bright-stand klinkt het orgel
helderder en krijgen de hoge voetmaten meer nadruk. Het B-type
refereert direct aan de B-3, waarbij de klankkleur van deze illustere
voorganger dus ge miteerd wordt. En inclusief al die technische
onvolkomenheden die dit orgel had, maar waarmee het wel onsterfelijk
is geworden. Met foldback kan zelfs het punt worden ingesteld,
waarop de toongeneratoren in de hoge en lage tonen gaan repeteren. In
het vibrato menu kan de vibratosnelheid in vijf standen worden
ingesteld. De keyklik heeft drie schakelstanden maar kan ook helemaal
worden uitgeschakeld. Verder is het mogelijk de aanslag van een toon
te vertragen waardoor een veel doorzichtiger geluid ontstaat. De
percussion kan polyfoon of monofoon (zoals bij de oude Hammonds)
worden ingesteld en is ook aanslaggevoelig te maken. De sustain -
functie van de XB-5 kunt u binnen dit menu in drie standen gebruiken.
Alle tot nu toe beschreven functies kunnen voor het boven- en
onderklavier en het pedaal apart worden ingesteld. Voor de
ingebouwde elektronische Leslie-versterking kan men de draaisnelheden
van het basen treblegedeelte, en ook de tijd die nodig is om te
versnellen en weer af te remmen heel nauwkeurig instellen. Bij een
echte Leslie wordt dit natuurlijk door de motoren in de versterker zelf
bepaald. Maar het elektronisch Leslie-systeem van de XB-5 zelf klinkt
bij directe versterking toch behoorlijk goed.
Leslie
De XB-5 beschikt dus niet over een eigen versterking, maar leunt op
een ingebouwde elektronische Leslie waardoor hij rechtstreeks op een
keyboard-versterker of een zaalversterkingssysteem kan worden
aangesloten. Ook is het mogelijk via een send- en return-aansluiting
een extern elektronisch Leslie-apparaat aan te sluiten (zoals een
Dynacord). Een derde manier om de XB-5 te versterken is via een
echte Leslie, zoals de Leslie 122 ver sterker. Dit type Leslie vormde
vroeger een onafscheidelijk duo met de Hammond B-3 en andere typen
en was in grote mate mede verantwoordelijk voor het specifieke
Hammond-geluid, dat ons via de aloude langspeelplaten bereikte .
Daarna is er een korte scheiding geweest, maar een paar jaar geleden
hebben de Amerikaanse Leslie-fabrieken het Japanse Hammond/Suzuki
concern opgekocht. Dit had als direct gevolg dat 'type 122' weer in
produktie is genomen met behoud van de oorspronkelijke specificaties,
dus inclusief de buizenversterker. Vooral bij hogere volumes zorgt de
buizen versterking voor een creatieve en soms zelfs rauwe vervorming
die een hele mooie kleur aan het orgelgeluid geeft. De Leslie slow/fa-
stregeling kan direct vanuit het orgel worden bestuurd, waarbij u zelfs
een voetschakelaar op het volumepedaal kunt gebruiken. De Leslie 122
heeft wel een behoorlijke omvang en neemt bijna net zoveel plaats in
beslag als een flinke koelkast. Leve de nostalgie, zullen we maar
zeggen. Overigens zijn er voor de meer kleinbehuisde Hammond-
spelers ook kleinere modellen (302/322) beschikbaar. Deze gebruiken
een akoestisch hoornsysteem voor de versterking van hoge tonen en
een elektronisch Leslie-circuit voor het hoorbaar maken van de lage
tonen.
Handzaam
Maar hoe ziet het muziekinstrument er eigenlijk uit? De XB-5 heeft
twee vijf-octaafs klavieren en is leverbaar met een groot twee-octaafs
pedaal of met een spinetpedaal. Dit is de benaming die Hammond
vroeger zelf hanteerde voor dit pedaal met de omvang van n octaaf.
Het instrument is speciaal ontworpen voor de mobiele muzikant en is in
korte tijd in en uit elkaar te halen. Er wordt zelfs een bijpassende bank
meegeleverd, die ook al tot een klein pakketje is op te vouwen. Het
vervoer is vergeleken met de vroegere Hammonds zoals de B-3 een
stuk gemakkelijker, want veel minder zwaar dan zo'n 'ouderwets'
toonwielorgel. Als het moet kan het instrument zelfs door n persoon
worden versjouwd. Het pedaal en volumepedaal (zwel pedaal) worden
als twee losse onderdelen onder het orgel geplaatst. Een goede
slipvastheid is hierbij gegarandeerd, zodat het zwelpedaal niet wegglijdt
tijdens een eventueel bovenmatig dynamisch speelmoment.
Drawbar
De XB-5 heeft voor beide klavieren negen drawbars beschikbaar en
twee (8/16 inch) voor het baspedaal. Hierbij kunnen de drawbar-
combinaties voor de twee klavieren en het pedaal worden opgeslagen in
negen geheugenpresets. De werkwijze is simpel: u maakt een drawbar-
instelling en met ingedrukte record-knop kiest u de geheugenknop
waaronder de instelling opge slagen moet worden. Zo kunt u bij het
inschakelen van een preset via de priority-knoppen de geheugenstand
voor het boven- of onderklavier omzeilen, zodat een van de twee
klavieren de preset gebruikt en het andere klavier de handmatig
ingestelde drawbar set laat horen. Bij het instellen van de drawbars
wordt de stand ook grafisch zichtbaar gemaakt in het LCD-schermpje.
Elke drawbar wordt als een staafje afgebeeld dat aangeeft hoe ver deze
drawbar is uitgetrokken. Ook handig hierbij is de directe zichtbaarheid
in het display van de juiste stand bij het selecteren van een geheugen.
De drawbar-stand kan verder naar keuze in cijfers van 1 t/m 8 in het
display worden weergegeven, een aanduiding die in veel Amerikaanse
bladmuziek voor Hammond-orgels is terug te vinden. Afgezien van de
geheugens zijn de registra tiemogelijkheden vrijwel identiek aan die
van de B-3. U kunt via de sustain-functie het baspedaal een langere
uitsterftijd meegeven en het pedaalgeluid kan ook op het onderklavier
worden geschakeld. Er zijn draai-knoppen aanwezig voor het volume
van het hele orgel, het volume van de extra ingang voor een expander
en/of een ritmebox. Ook kan men op deze manier de hoeveelheid
reverb en distortion regelen, waarbij de XB-5 de gebruiker de keuze
laat uit vier soorten reverb ( Room , Live , Hall en Church ). Met
de distortion-functie wordt bij een rechtstreekse versterking de over-
sturing van een Leslie-versterker ge miteerd. Deze distortion klink
natuurlijk nooit helemaal als een buizenvervorming maar is wel
degelijk goed bruikbaar. Tenslotte is er ook nog een card-slot
aanwezig, waarin een RAM-card kan worden gedouwd om de
registratiegeheugens te bewaren.
Natuurgetrouw
Hammond heeft in het verleden meer orgelmodellen geintroduceerd die
werden gedoodverfd als de opvolger van de B-3. Maar dan was het
toch niet hele maal je dat. De XB-5 doet het een stuk beter, want het
geluid benadert de klanken van een echt toonwielorgel voor zo'n
negentig procent. Zelfs door de koptelefoon klinkt alles heel
natuurgetrouw. Dus wie het geluid van een echte Hammond in huis wil
halen en toch wil profiteren van nieuwe digitale snufjes, heeft aan de
XB-5 een hele goede keus. De originele Leslie 122 doet hier nog een
schepje bovenop, al kan het ook door de ingebouwde Leslie-faciliteiten
ook zonder deze ex terne buizenversterker. De uitgebreide MIDI-
functies voldoen prima, dus kan men het orgel ook heel goed
gebruiken als MIDI-masterkeyboard. Wat overigens wel een zeer luxe
gebruik zou zijn, want de XB-5 moet altijd nog f15.000,- of meer
(afhankelijk van het aantal pedaal-tonen) kosten. En wilt u daar nog
een Leslie-versterker bij, dan zit u al gauw op zo'n f5000,- extra. Dat
wordt dus sparen, als u een meer of minder obsessieve Hammond-tik
wilt omzetten in actieve en nostalgische creativiteit.
Inlichtingen: Hammond/Suzuki Europe B.V., tel.: 03473-70594.
a3