Steeds meer commerciele belangstelling voor Internet

Internet is al lang niet meer een puur academisch netwerk.
Steeds meer commerciele bedrijven tonen interesse en richten een Internet-site in om met hun klanten te communiceren. Hoe groot die belang- stelling is bleek op het praktijksymposium `Achter het net', dat Sun Microsystems op 2 maart in theater 't Spant in Bussum organiseerde. Meer dan 600 belangstellenden luisterden een dag lang naar voordrachten over de mogelijkheden en het nut van een eigen commercile Internet-site. Aan het eind kregen ze nog een primeur voorgeschoteld: een nieuwe Web-browser die interactieve en dynamische toepassingen mogelijk maakt.

Het is niet vreemd dat uitgerekend SUN deze (voor de bezoekers gratis!) dag organiseerde. Volgens Martien Steenbergen, multi-media specialist bij SUN is meer dan 80 procent van de Internet-toepassingen ontwikkeld op een SUN-computer en wordt meer dan 50 procent van het verkeer op Internet door een SUN-computer geregeld. In Nederland werkt SUN samen met 70 procent van de Internet-aanbieders. Sun heeft dus belang bij Internet en wil dat gezien de groeiverwachtingen ook graag houden. Op dit moment groeit het aantal gebruikers van Internet met zo'n 12 procent per maand, aldus SUN Marketing Manager Rolant van der Hoek. Volgens zijn schatting zijn er zo'n 38 miljoen gebruikers, waarvan 300.000 uit Nederland. Op het praktijksymposium in 't Spant had Sun in elk geval stevig uitgepakt. Een groot scherm op het podium toonde het beeld van een PC, die via een ISDN-verbinding continu aan Internet was gekoppeld. Via de PC toonden de verschillende sprekers hun `sheets' die ze op een Internet hadden opgeslagen. .

Rendement

Wat betreft het commerci‰le gebruik komen de eerste pogingen op gang. Onder de titel `Het rendement van een Internet-site' lichtte Jan Jacobs, directeur van Riverland Networks, toe welk nut een Internet-site voor ondernemingen kan hebben. Rendement is echter pas te meten wanneer je weet wat je met een eigen site wilt bereiken. Jacobs noemde vijf mogelijke doelen. De eerste was het genereren van `lead' en respons, door gebruikers op de site de mogelijkheid te geven via een invulformulier te reageren. Het rendement van een dergelijk doel is goed meetbaar. Een tweede doel kan zijn de verkoop van produkten. Ook het rendement van dit doel is uiteraard direct meetbaar. Als derde doel noemde hij public relations/public affairs. Jacobs: ,,Het rendement hiervan is moeilijk meetbaar, maar dat geldt ook voor gewone advertenties die dit doel hebben. Wel biedt het de mogelijkheid om in advertenties naar de Internet-site te verwijzen. Dan kan de site waardevol zijn om het totaal van communicatie met de buitenwereld te verbeteren, vooral als je ervoor zorgt dat er op de site leuke dingen te vinden zijn.'' Een vierde mogelijk doel is het vervangen van klassieke advertenties, door het eigen merk te associeren met andere zaken, zoals muziek, films, theater enzovoort. Door de mogelijkheid beeld en geluid te combineren, biedt Internet hier speciale mogelijkheden. Ook hiervan is het rendement echter moeilijk meetbaar. Als vijfde en laatste doel noemde Jacobs tenslotte Internet als alternatief voor eigen geautomatiseerde systemen. ,,Internet is goed te gebruiken voor communicatie met bijvoorbeeld dealers en agenten, andere vestigingen, eigen werknemers of een relatief kleine maar duidelijk gedefinieerde doelgroep'', zei hij. ,,De voordelen zijn het gebruik van standaard hulpmiddelen, goedkope Wide Area verbindingen en het gebruik van een medium dat ook andere communicatiemogelijkheden biedt.''

Communicatie

Michiel Frackers, hoofdredacteur bij Planet Internet, waarschuwde voor het gebruik van Internet ter verspreiding van informatie. ,,En van de trend van de laatste tijd is een enorme groei van het informatie-aanbod (10 procent per jaar tegen een veel lagere groei van de informatie-vraag 3,5 procent per jaar)'', vertelde hij. ,,Daarnaast is er ook sprake van een sterke individualisering waarbij steeds meer gebruik wordt gemaakt van narrow-casting. Voorbeelden zijn de opkomst van gespecialiseerde televisiezenders als CNN, MTV en Eurosport. Een onderneming die Internet wil gaan gebruiken, moet zich dus niet richten op het breed verspreiden van informatie.'' Bij het gebruik van nieuwe media gaat het volgens Frackers achtereenvolgens om in volgorde van afnemende belangrijkheid communicatie, amusement, transacties c.q. spelletjes en informatie. Internet-aanbieders moeten zich daarom richten op het creiren van gemeenschappen, en niet van doelgroepen met gemeenschappelijke kenmerken. ,,Het gaat om gemeenschappen op basis van interesses en/of overtuigingen'', zei hij. ,,Dat staat helemaal los van zaken als geslacht, geografische locatie en inkomen, waar marketeers zo graag naar kijken. Bij Internet weet je niet met wie je te maken hebt.''

Etalage

Daarmee sloot hij aan op de voordracht van Aad Muntz, directeur PR en Reclame bij Centraal Beheer. Nieuwe communicatiemiddelen zoals Internet moeten alleen worden ingezet als je een goede boodschap hebt, stelde hij. De verspreiding van informatie is daarbij niet voldoende: ,,Mensen houden niet van informatie. Op school gaat het erom met zo min mogelijk informatie zoveel mogelijk punten te halen. Het is tegenwoordig heel moeilijk mensen informatie tot zich te laten nemen.'' Toch zag Muntz wel degelijk mogelijkheden voor een commercieel gebruik van Internet, namelijk als etalage. Om ervoor te zorgen dat mensen in je etalage gaan kijken, moet je hem leuk maken. Daarbij kun je volgens hem heel goed gekke dingen doen: ,,Mensen vinden irrelevante informatie leuk. Het meest verkochte boek na de Bijbel is het Guiness Book of Records.'' Zijn conclusie was dan ook dat Internet zeker mogelijkheden biedt, mits je als onderneming weet welke boodschap je wilt vertellen en mits je het leuk houdt.

Praktisch

Naast de algemene verhandelingen over de mogelijkheden die Internet biedt voor commercieel gebruik, kwamen er ook een aantal praktische zaken aan de orde. Met als motto `Boter bij de vis: digitaal betalen', lichtte Paul Dinnissen, managing director van Digicash, de mogelijkheden toe van digitale betaling via Internet. Digicash voert op dit moment op Internet een proefproject uit met zogenaamde e-cash, waaraan 8000 mensen uit meer dan vijftig landen deelnemen. De grote kracht van e-cash is dat het om `anoniem' geld gaat. Dat betekent dat er in tegenstelling met betaling via bijvoorbeeld een credit card geen gegevens van de betaler over het net hoeven te worden gestuurd. Voor het project ontwikkelde Digicash software voor Windows, Macintosh en Unix. De deelnemers ontvangen gratis 100 Cyberbucks, een soort Monopoliegeld, en die kunnen ze kwijt in ruim veertig `winkels'. Daarvoor kunnen ze bijvoorbeeld informatie of een T-shirt kopen, maar ook kunnen ze ermee gokken in een casino. Vooralsnog is Digicash nog in het experimenteerstadium. Of de beveiliging zo goed wordt dat iedereen zijn salaris straks als cyber-bucks wil ontvangen is nog de vraag. Dinnissen beloofde echter binnen een jaar met meer nieuws te komen.

Beveiliging

Het thema beveiliging stond centraal bij de voordracht van Martien van Steenbergen, Multimedia specialist bij Sun Microsystems Nederland. Hij wees er nog maar eens op dat 50 procent van de schade aan computersystemen wordt veroorzaakt door menselijk falen en dat 80 procent van de computermisdrijven wordt uitgevoerd door eigen personeel. Toegangsbeveiliging en een goed wachtwoordbeheer zijn daarom volgens Van Steenbergen essentieel. Ook is het zaak een besturingssysteem te kiezen waarin veel beveiligingsmogelijkheden zijn ingebouwd. ,,Solaris (van SUN) heeft standaard een C2-Security volgens het Orange Book'', zei hij. ,,En met de Solstice Enterprise Manager kan continu worden gevolgd wie wat waarmee doet.''

Een goede mogelijkheid tegen indringers van buitenaf is verder zogenaamde Firewall-software. Standaard zorgt deze software ervoor dat geen enkele opdracht via Internet op de eigen systemen terecht komt. Om toch enige communicatie mogelijk te maken, moet de beheerder instellen wie wat mag. Van Steenbergen voorspelde dat er nog veel ontwikkelingen op het gebied van beveiliging zullen komen. Sinds 1991 werkt Whitfield Diffie, de uitvinder van de Public Key cryptografie bij Sun. Hij is nu bezig uit te zoeken hoe kan worden geverifieerd dat er geen valkuil in een cryptografisch systeem zit. Daarnaast wees hij op de ontwikkeling van Pretty Good Privacy (PGP) door Phil Zimmerman, dat kan worden gebruikt om veilig berichten via Ethernet te versturen. Al deze ontwikkelingen waren volgens Van Steenbergen redenen tot optimisme: ,,Digitaal geld en beveiliging gaan nog voor een aardige revolutie zorgen'', besloot hij zijn voordracht.