Meer capaciteit en snelheid

De harde schijf vormt nog altijd het vaste opslagmedium voor desktop en notebook. Ondanks de opkomst van PCMCIA Flash Memory en CD-ROM drives blijft de hard disk het centrum voor werkbare data-opslag. Bovendien stelt die `werkbaarheid' steeds grotere eisen. Beneden de 400 MB opslagcapaciteit en een gemiddelde toegangstijd van 13 milliseconde telt een harde schijf al eigenlijk niet meer mee.

De hard disk wordt in de meeste systemen gebruikt als een snel en permanent opslaggeheugen. Daar worden de werkprogrammatuur, veel gevraagde data en multimediafiles bewaard. De CD-ROM dient (vooralsnog) als installatie of naslagschijf. PCMCIA creditcard-geheugens blijven te duur en te krap qua opslagcapaciteit. Daarentegen worden de harde schijven steeds krachtiger. Een MB kost nog circa fl 1,-. De afmetingen werden teruggebracht tot 3,5, 2,5 en zelfs 2 inch doorsnede, de access-tijd daalde van 40 ms tot dik onder de 10 ms en de datatransferrate overtreft die van de standaard 8MHz AT-bus. Helaas houdt de huidige generatie software ook rekening met deze hard disk-kracht. Programma's en games consumeren al snel vele tientallen MegaBytes aan opslagcapaciteit. Op een budget 420 MB harde schijf passen tegenwoordig slechts 10 tot 15 applicaties met bijbehorende bestanden. Voor multimedia is 420 MB in feite al te klein. Muziek, foto-CD en Full Motion Video hebben eerder trek in een GigaByte of meer.

Interface

De meeste budget-PC's werken nog met IDE-interfaces (controllers) voor de harde schijf. Dit Integrated Drive Electronics Interface (n.b. de I staat niet voor intelligent!) is goedkoop, betrouwbaar en redelijk snel. Het succes van dit interface-type zit hem in de integratie van de controller-elektronica in de drive zelf. Dat bespaart aan de ene kant op de kosten van losse controllers en geeft aan de andere kant de drive-fabrikant voldoende vrijheid bij de eigen hardware-ontwikkeling. Met andere woorden de IDE-controller functioneert als een doorgeefluik en de drive-elektronica doet de rest. Bij tal van compacte PC-modellen werd de IDE-controller in de hoofdkaart opgenomen. Dat spaarde ruimte en geld. Als belangrijkste nadeel geldt dat bij een kapotte IDE-controller vaak ook het mainboard vervangen dient te worden. Daarom wordt bij de groter desktopcomputer toch vaak voor een losse IDE-controller gekozen. De IDE-controllers worden opgedeeld in AT-, VL- en PCI-typen. Het AT-type werkt via de, nu als te traag beschouwde, 8 MHz AT-bus. De beide andere typen werken via de, in principe snellere, local bus-technologie. In de praktijk bleek de behaalde snelheidswinst bij VL en PCI nogal eens te varieren. Onze proefnemingen vertoonden resultaten van 10 tot 45% sneller. Momenteel is de VL-bus een beetje op zijn retour en de iets snellere PCI-bus (ideaal voor de Pentium) in opkomst. Voor de huidige PC-generatie kent de IDE-standaard een aantal beperkingen:
  • zonder kunst-en vliegwerk bedraagt de maximale capaciteit per hard disk circa 528 MB. Wie meer wil zal met gecombineerde blok-adressen en geen aparte kop-, cylinder- en sectoradressen moeten gaan werken. Dat vergt weer een aanpassing van het BIOS;
  • er passen maximaal twee harde schijven op een IDE-controller. Daar komt ook steeds meer concurrentie van CD-ROM drives en tapestreamers bij;
  • de datatransferrate (= de doorvoercapaciteit) is onvoldoende voor multimedia. Zelfs op de local bus haalt IDE niet meer dan 3 tot 5 MB per seconde. Tijd dus voor een nieuwe IDE-standaard.

    EIDE

    Enhanced IDE (EIDE) kent drie sterke voordelen op de oude IDE-standaard. Het systeem-BIOS kan nu werken met schijven van een tot meer dan 8 GigaByte. Het tweede voordeel betreft de verhoogd datatransferrate van 13-20 MB per seconde. In de praktijk wordt deze verhoging zelden gehaald, doch de EIDE blijkt al gauw twee- tot driemaal zo snel als de oude IDE-standaard. Zeker in combinatie met een snel drive-cache. Voordeel drie is de mogelijkheid tot het aansluiten van meer en andere devices op dezelfde EIDE-controllerkaart. In principe kan de EIDE-controller ook CD-ROM drives en tapestreamers. Met behulp van het ATA Packet Interface is een vergaande integratie van drive controllers mogelijk. Alleen zijn de daartoe geschikte apparaten momenteel nog schaars.
    Samenvattend heeft EIDE een behoorlijke potentie ter attentie van kostenbesparing, plug & play en geintegreerde systeemontwerpen. De EIDE-standaard wordt echter momenteel nog slechts mondjesmaat geaccepteerd. Ook bleken er tijdens onze proefnemingen nogal wat kinderziekten op te treden. De EIDE-standaard moet duidelijk nog uitrijpen.

    SCSI

    Een andere mogelijke opvolger van EDI is het Small Computer System Interface. De SCSI-standaard is enkele jaren oud en al goed ingeburgerd bij de hardwarefabrikanten.
    SCSI is synoniem met grote opslagcapaciteit, snelheid, veel aansluitbare devices, stevige prijs en gedonder met aansluitingen. Dat klopt in de dagelijkse praktijk ook wel. Grote hard disks (1 GB of meer) zijn vaak van het SCSI-type. Tevens vindt men SCSI in de duurdere en snellere systemen van de A-merken.
    De talrijke klachten over SCSI werden veroorzaakt door een eigen interpretatie door verschillende hardwarefabrikanten. Het ene SCSI-apparaat bleek niet met het andere te werken. Over de eindweerstanden (terminators) was ook niet iedereen het eens. De instelling van de parameters van de SCSI-bestanden (controllersoftware) stelde menigeen voor raadsels. Kortom, het installeren van SCSI bleek vakwerk.
    Gelukkig hebben Adaptec en Corel hier verandering in gebracht. Het ASPI-stuurbestand voorkomt de voorgenoemde besturingsproblemen. Dit Adaptec/Advanced SCSI programma-interface maakt het mogelijk om SCSI-devices van verschillende origine door elkaar heen te gebruiken. Hetzelfde geldt voor CorelSCSI, eveneens een collectie besturingsbestanden voor SCSI.
    In de praktijk kunt u SCSI voor het aansturen van maximaal 7 devices gebruiken. De datatransferrate bedraagt minimaal 6 MB, doch kan in theorie wel 10-12 MB per seconde halen. Veel hangt weer af van de softwarematige ondersteuning, de gebruikte host-adapter (=controller) en een disk-cache.

    Hardware

    Waar moet men nu op letten bij de aanschaf van een harde schijf? Als eerste de fysieke afmetingen. Met name de (al wat oudere) grote schijven (540, 720 en 1GB) zijn soms nog van het 5.25" formaat. Deze passen dus niet in notebooks en mini-desktops! Meer algemeen zijn de fysieke afmeting 3.5 en 2.5 inch. Een enkele 2 inch harde schijf is al leverbaar. Ondermeer op PCMCI-cards. Hoe kleiner de afmetingen des te duurder echter de drive-unit.
    De tweede aanschaffactor betreft de feitelijke opslagcapaciteit. Voor doorsnee gebruik bevelen wij nu minimaal 420 MB en liefst 540 MB aan, zeker als u Windows of OS/2 Warp gebruikt. Bij multimedia hebben 720/730 MB en 1 GB de voorkeur. Zoveel meer kosten deze schijven nu ook niet.
    De snelheidsprestaties hangen zoals gezegd af van de interface-standaard, gemiddelde toegangs- en zoektijden, de controllerkaart, de gebruikte bus en een eventueel drive-cache. IDE in local bus uitvoering met een cache op de controllerkaart zal voor de meeste toepassingen wel voldoen. Totdat EDI gangbaar wordt heeft SCSI bij de snellere applicaties de voorkeur. Voor multimedia worden er speciale hard disks met een videobuffer geleverd. Die spelen FMV vrijwel storingsloos af. Voor gewone toepassingen zijn dit type schijven doorgaans minder geschikt! Wij bevelen aan een dergelijke multimedia hard disk apart alleen als tweede harde schijf voor multimedia-gebruik te installeren. Is de te kopen schijf wel geschikt voor uw BIOS, type controller en SETUP? Van te voren even verifieren kan veel onnodige ellende voorkomen. Let tevens op het meeleveren van de benodigde schroefjes, geleiders, voorfrontje en kabeltjes! In geval van een tweede harde schijf moet er via jumpers gekozen kunnen worden tussen een master- en een slave-stand. En Last but not least let op een goede gebruiksaanwijzing anders is het straks zoeken en experimenteren geblazen.

    Extern

    Het aantal externe harde schijven neemt gestadig toe. Dat komt door de kleinere desktops, de grote behoefte aan het uitwisselen van data en de vele notebooks. De keuze gaat meestal tussen:
  • aansluiten op de parallelle poort. Standaard of via een SCSI-interface-kabel;
  • een PCMCIA-connector. Met slechts een hard disks kunt u meerdere PC's en notebooks bedienen. De behuizing is meestal shockproof. Als voornaamste bezwaren gelden de stevige prijs, relatief geringer opslagcapaciteit en het verlies van een parallelle poort of een PCMCIA-slot.

    Software

    Voor het installeren van een aantal type harde schijven is software vereist. Ook voor IDE! Bij de grote IDE-schijven moet voor boven de 528 MB een softwarematige controller-oplossing gezocht worden. Bijvoorbeeld in de vorm van een Ontrack Disk Manager en de Micro House EZ-drive van Seagate. Sommige fabrikanten leveren ook doorvoer-versnellers en compressie-software mee. Bij SCSI is zoals gezegd een ASPI- of Corel-driverset nodig. Anders krijgt u hen waarschijnlijk niet aan de praat.

    Installatie

    Het inbouwen van een harde schijf in de systeemkast of notebook is doorgaans niet moeilijk. Als eerste moet er een geschikt plaatsje gezocht worden. Bij de desktop een vrije plaats in de drivebay en bij de notebook onder het toetsenbord. Steeds meer notebooks voorzien in een hard disk op slede. Oude schijf er uit treken en nieuwe er in laten glijden. Wat duurder, doch een flink gemak. Bij de desktop even letten op de schroefjes, geleiderails, frontje en zonodig een verloopje 5.25-3.5 inch. Als het goed is zitten de lintkabel voor het datatransport en het stroomkabeltje al in de systeemkast. Sluit beiden volgens de gebruiksaanwijzing aan. De juiste orientatie wordt door kleurcodering en nokjes aangegeven. Er kan moeilijk iets fout gaan. Kies bij een tweede hard disk tussen master of slave. Bij SCSI even aan de plaats van de afsluitweerstand (terminator) denken. Zit alles op zijn plaats dan even proefstarten. Slaat de hard disk aan en komen er geen foutmeldingen op het scherm? Nu wordt het tijd om even in de SETUP te neuzen. DEL ingedrukt houden tijdens het opstarten en het menu verschijnt. Drive C of D moeten correct, volgens de specificaties uit het manual, ingevoerd worden. Anders kan het systeem niet goed met de nieuwe drive werken!
    Herkent het systeem de hard disk dan wordt het tijd voor de software. Doorgaans krijgt men al een voorgeformatteerde schijf van de fabrikant. Vaak staat er ook al software op de hard disk. Zo niet dan volgens het boekje formatteren en DOS installeren. Denk aan de diskmanagers bij grote IDE- en de SCSI-schijven.