Een geheugenopfrissertje
Meer opslagruimte in uw PC
Hoe groot uw harde schijf ook is, ooit komt het moment dat die
nieuwe versie van xxx-office er net niet meer op past. Er kan dan
een aantal verschillende strategieen worden gevolgd. Het meest
voordelig is het natuurlijk, om de overtollige data van de schijf
te verwijderen. Dit valt velen echter zwaar, het blijkt moeilijk om
afstand te doen van de `vertrouwde' data en/of programmatuur. Een
andere oplossing bestaat uit het installeren van een
compressieprogramma zoals Stacker of DriveSpace, waardoor de
beschikbare ruimte efficienter benut kan worden. Als ook dit niet
mogelijk is dan rest er slechts een ding. Een nieuwe harde schijf,
of een tweede schijf naast het al aanwezige exemplaar, zal
verlichting moeten brengen in de datanood. Het installeren van een
harde schijf hoeft tegenwoordig geen hoofdbrekens meer te kosten,
als u maar een aantal regels in acht neemt. In dit artikel gaan we
in op de mogelijkheden en moeilijkheden van de genoemde
oplossingen.
De evolutie van de IBM Personal Computer van weleer tot de huidige
persoonlijke supercomputer ging hand in hand met de toename van de
opslagcapaciteit. De eerste PC's waren voorzien van
diskettestations met een opslagcapaciteit van 160 KB. Dit was
eigenlijk direct al niet voldoende meer. Onder de vlag `eXtended
Techology' werd de opvolger van de PC gelanceerd, die was uitgerust
met een `Winchester disk' met een capaciteit van 10 MB. Aan dit
alles hing een prijskaartje dat een goede middenklasse-auto niet
zou misstaan. De introductie van de AT in 1982 luidde ook de komst
van een nieuwe generatie harde schijven in met een capaciteit van
20 MB. Alle harde schijven maakten tot dan toe gebruik van
MFM-controllers, net zoals die voor diskettestations gebruikt
worden. De komst van betrouwbare RLL-controllers maakte het
mogelijk tot 50% meer data op bestaande en nieuwe harde schijven te
zetten, met een gelijke toename in snelheid. De capaciteit van de
gemiddelde harde schijf in die tijd bedroeg 30 MB, hiermee werd
naast de opslagbehoefte van het besturingssysteem en de
toepassingsprogrammatuur ook ruimte geboden aan de nodige
gebruikersdata. Tegenwoordig ligt dit wel anders. De auteur van dit
artikel heeft nog zo'n `oude' PC staan met daarin twee harde
schijven, samen goed voor ongeveer 94 MB. Dit was enkele jaren
geleden een forse capaciteit, waar zelfs een actieve ontwikkelaar
goed mee uit de voeten kon. De computer waar dit artikel op is
gemaakt is voorzien van een harde schijf met een capaciteit van
1260 MB, en er is in de machine plaats voor nog zo een schijf. De
twee harde schijven in de oude AT zouden niet eens genoeg zijn om
de nieuwste versie van WordPerfect con sorte (PerfectOffice 3.0,
getest in de vorige Computer Info) te herbergen. Met een
beschuldigende vinger richting Microsoft en IBM kunnen we de
oorzaak van deze ongebreidelde expansiedrift gemakkelijk
achterhalen. De moderne besturingssystemen bieden veel, maar eisen
des te meer. Voor DOS was eigenlijk iedere PC goed genoeg, als er
maar meer dan 128 KB geheugen inzat. Op de harde schijf neemt DOS
in zijn meest uitgebreide vorm genoegen met iets meer dan 5 MB. Zet
er Windows bij en u bent al snel 25 MB kwijt. OS/2 is wat dit
betreft nog erger, dit besturingssysteem neemt met minder dan 30 MB
eigenlijk geen genoegen. En Windows NT voelt zich pas thuis als er
50 MB of meer beschikbaar is. Dit alles is nog exclusief de ruimte
voor al dan niet permanente wisselbestanden oftewel swapfiles, die
de diverse besturingssystemen genereren. De
toepassingsprogrammatuur maakt ook grif gebruik van de beschikbare
ruimte, zoals het PerfectOffice-voorbeeld al aangeeft. Ondanks de
mooie beloften met betrekking tot het samengebruik van
programmacode in dynamische laadbare bibliotheken (DLL's) blijkt de
gemiddelde harde schijf vol te zitten met dubbele of driedubbele
functionaliteit op diverse gebieden. Tekstverwerkers die en passant
ook nog uw belastingformulier kunnen doorrekenen, grafische
programma's die in het weekend als tekstverwerker dienst kunnen
doen, ga zo maar door. Vindt u het dan gek, dat die harde schijf zo
snel volloopt? Nou, wij niet.
Weg ermee!
Aan de ongetemde datavloed kan op zich best wat worden gedaan. Een
vluchtige blik op enkele computers bij ons op de redactie leert ons
dat er vaak overbodige programmatuur en data op de harde schijf
staan. Naast de bekende *.bak-, *.~*- en *.00?-bestanden betreft
het vaak ook dubbele bestanden. Voor het verwijderen van dit
gegevensafval is een aantal handige programma's geschreven, die op
verschillende bulletinboards en shareware-CD's te vinden zijn. De
nieuwste versie van Norton Commander beschikt ook over een aantal
functies op het gebied van de schijfhuishouding. In sommige
gevallen levert een vluchtige zoektocht met CHKDSK en Scandisk
(vanaf DOS versie 6.2) ook nog de nodige `lost clusters' op. Dit is
niet iets om u zorgen over te maken, het is het gevolg van de nogal
nonchalante wijze waarop DOS met de opslagmedia omgaat. In de
meeste gevallen kunnen die lost clusters zondermeer worden omgezet
naar vrije schijfruimte. Als u het zaakje toch niet helemaal
vertrouwt, kunt u ze laten omzetten naar bestanden die daarna
individueel bekeken en gewist kunnen worden.
Windows is ook een bron van ergernis op het gebied van nutteloos
ruimtebeslag. Vrijwel iedere handeling met dit systeem laat zo zijn
sporen achter op uw harde schijf in de vorm van overgebleven
INI-bestanden, DLL's en meer van dit soort rotzooi. Een goed
voorbeeld van hoe het niet moet, wordt gegeven door Microsoft
Visual Basic, en dan met name de runtime-DLL's. Iedere nieuwe
versie van deze programmeertaal gaat vergezeld van een uit de
kluiten gewassen DLL met de naam VBRUNx00.DLL, waarbij de `x' staat
voor het versienummer. Wie verschillende VB-programma's op de harde
schijf heeft staan biedt waarschijnlijk ook ongevraagd onderdak aan
een aantal van die DLL's, een voor iedere versie. Ze zijn namelijk
niet onderling compatible, ons inziens een onvergeeflijke fout van
Microsoft. Het schiften van het kaf van het koren onder de DLL's en
INI's is een moeizaam proces, dat niet voor iedereen is weggelegd.
Compressie- programmatuur
Nu Stac Electronics en Microsoft weer vrienden zijn mag Stacker
weer van Microsoft. Het gewraakte DoubleSpace is vervangen door het
grotendeels identieke DriveSpace. Gebruikers van andere
besturingssystemen kennen soortgelijke programma's onder andere
namen zoals ZIPdisk (OS/2) en Hyperspace (Macintosh). Het principe
is in alle gevallen gelijk. Tussen het besturingssysteem en de
schijf komt een programma, dat de datastroom naar de schijf
comprimeert. Als er data gelezen wordt, draagt dit programma zorg
voor decompressie van de data. Dergelijke programma's werken over
het algemeen probleemloos, maar er kunnen conflicten optreden bij
het gebruik van schijfonderhoudsprogramma's als PC Tools en Norton
Utilities. De snelheid van een schijf-met-compressie is sterk
afhankelijk van de snelheid van de PC. Een snelle PC met een trage
harde schijf kan door toepassing van compressieprogrammatuur
sneller worden, maar dit is een uitzondering. Over het algemeen is
een gecomprimeerde schijf 20%-50% trager dan een niet behandeld
exemplaar, zeker wanneer gebruik gemaakt wordt van een snelle local
bus controller.
Een nieuwe schijf
In veel gevallen zal het toevoegen van een nieuwe harde schijf de
aangewezen oplossing zijn van het ruimteprobleem. Het inbouwen van
een schijf is niet moeilijk, het kan in feite door iedereen gedaan
worden die niet vies is van het hanteren van een schroevedraaier en
die bereid is de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om
beschadiging van de PC en de nieuwe schijf te voorkomen. Aan de
hand van de installatievoorschriften van de Maxtor 71260A nemen wij
het hele proces stap voor stap onder de loep. De Maxtor 71260A is
een 3.5" derde-generatie Enhanced IDE-schijf, die een capaciteit
van 1260 MB biedt. Veel fabrikanten verwerken de capaciteit van hun
schijven op een of andere manier in het typenummer, zo ook Maxtor.
Het eerste getal geeft in dit geval de serie aan (7), de rest is de
capaciteit in megabytes (1260). De begrippen megabyte en gigabyte
zijn niet echt waardevast, de interpretatie verschilt van fabrikant
tot fabrikant. Maxtor definieert een gigabyte als 10^9 bytes
(miljard bytes). Een andere interpretatie van het begrip gigabyte
is dat het gaat om 2^30 bytes, dat zijn er dus 1073741824 in plaats
van 1000000000. Wij prefereren de laatste uitleg, aangezien deze
consistent is met de begrippen kilobyte (2^10= 1024 bytes) en
megabyte (2^20=1048576 bytes). Dat `derde generatie Enhanced IDE'
slaat op de gebruikte koppeling tussen de harde schijf en de
computer. Eerder in dit artikel lieten we al de termen MFM en RLL
vallen. Deze laatste twee afkortingen staan respectievelijk voor
Modified Frequency Modulation en Run Length Limited, dit zijn twee
methoden waarmee data gecodeerd kan worden voor opslag of
transmissie. MFM verschilt van RLL in die zin, dat de
gegevensdichtheid bij RLL anderhalf maal zo hoog is als bij MFM bij
een gelijkblijvende belasting van het medium (dus een
gelijkblijvende frequentie over een transmissielijn of een
gelijkblijvende hoeveelheid toestandswisselingen per centimeter
medium bij opslagmedia). IDE is geen opslagmethode, maar een
interface-standaard. De afkorting staat voor Integrated Drive
Electronics (sommigen zeggen dat de I voor `Intelligent' staat,
maar daar willen we van af zijn). Het is daarmee eerder de
tegenhanger van de ST-506 standaard, die in het pre-IDE tijdperk de
desktop regeerde. Het verschil tussen ST-506 en IDE is dat bij
IDE-drives de controller op de schijf zelf is vastgeschroefd,
terwijl deze bij ST-506 op een aparte insteekkaart zit. Het
voordeel van IDE boven ST-506 is dat de controller dichter bij de
drive zit, waardoor de maximale snelheid hoger is. Tevens kan de
controller veel beter op de drive worden afgesteld, wat ook
bijdraagt aan de snelheid en de betrouwbaarheid. IDE maakt RLL en
MFM niet overbodig, de meeste IDE-drives werken intern met
RLL-codering. In tegenstelling tot ST-506 controllers heeft de
gebruiker echter geen zeggenschap meer over de te gebruiken
opslagmethode. De IDE-interface is in feite niets anders dan een
iets gemodificeerde ISA-bus. De ISA-bus is, zoals waarschijnlijk
bekend, de uitbreidingsbus van de IBM PC-AT. Enhanced IDE is een
verder ontwikkelde versie van IDE, die hogere doorvoersnelheden
mogelijk maakt. Theoretisch is de maximumsnelheid van de Maxtor
71260A ongeveer 12 MB/seconde, maar in de praktijk wordt deze
waarde niet gehaald. Met een snelheid van 3-5 MB/seconde is de
drive echter nog altijd een stuk sneller dan `standaard'
IDE-drives.
Inbouwen
Voor het inbouwen van een nieuwe drive heeft u naast een
schroevedraaier niet veel ander gereedschap nodig. Voordat u de
nieuwe drive inbouwt, is het verstandig een backup te maken van de
al aanwezige data. U weet immers maar nooit, een ongelijk kan
altijd gebeuren. Over het algemeen zal de drive naast een al
aanwezige IDE-drive worden geplaatst. Dit wil nog wel eens
problemen opleveren als de nieuwe drive van een ander merk is dan
het al aanwezige exemplaar. Het is dan ook verstandig aan uw
leverancier de garantie te vragen, dat de nieuwe drive goed
samenwerkt met uw huidige drive. Spreek ook met uw leverancier af
dat u de drive kunt terugbrengen als dit niet het geval is. Op een
enkele IDE-bus kunnen twee drives worden aangesloten, waarvan er
een als `master' geconfigureerd is. De tweede drive wordt ook wel
de `slave' genoemd De meeste drives beschikken over een aantal
jumpers waarmee gekozen kan worden voor master- of slave-gebruik.
Als de drives in een bepaalde configuratie niet willen samenwerken,
dan loont het de moeite om de master-slave configuratie eens om te
wisselen. De oude master wordt slave, en omgekeerd. Soms werkt een
bepaalde drive niet goed als master in combinatie met een andere
drive, maar functioneert deze prima als slave van die andere drive.
Welke drive u als master neemt, is vooral een kwestie van
persoonlijke voorkeur, voor de snelheid maakt het niet veel uit.
Over het algemeen is het het eenvoudigst om uw bestaande schijf als
master te configureren, omdat daar het besturingssysteem al
opstaat. Op deze manier kunt u de nieuwe drive gewoon toevoegen
zonder het besturingssysteem opnieuw te moeten installeren.
De Maxtor-drive wordt als complete upgrade-kit verkocht. Dit
betekent dat naast de drive zelf, ook nog een inbouwset en software
geleverd wordt. De inbouwset bestaat uit schroeven en een
montagebeugel voor inbouw in een 5.25" sleuf. De software bestaat
uit een diskette met daarop een speciaal voor Maxtor aangepaste
versie van Ontrack Drive Rocket. Dit programma - Maxtor noemt het
Max-Blast - maakt het mogelijk het uiterste uit de schijf te halen
in combinatie met diverse IDE-controllers. Voor maximale prestaties
is een Enhanced IDE-controller een vereiste, maar ook met een
gewone IDE-controller kunnen de prestaties van de drive met behulp
van Max-Blast opgepept worden. Bij het inbouwen dient u er rekening
mee te houden dat de PC gevoelig is voor statische ontladingen.
Voordat u de drive ter hand neemt, moet u zichzelf ontladen door de
verwarming (of een ander geaard voorwerp) aan te raken. Als u echt
zeker wilt zijn, dan verdient het de aanbeveling een antistatische
armband te dragen. Deze kan bij veel elektronicawinkels gekocht
worden, hij kost ongeveer fl 25.-. De schroeven waarmee de drive in
de PC bevestigd wordt mogen in geen geval langer zijn dan de door
de fabrikant opgegeven maat, omdat ze anders de printplaat met
elektronica kunnen beschadigen. In dergelijke gevallen kunt u
natuurlijk fluiten naar de garantie, dat spreekt voor zichzelf. U
bent gewaarschuwd.
De drive wordt met behulp van een vrije voedingsplug van stroom
voorzien. Als deze niet voorhanden is, dan kunt u gebruik maken van
een splitterkabel. Dit is een verloopkabel die van een
voedingsaansluiting twee aansluitingen maakt. De stroomopname van
moderne harde schijven is dusdanig gering, dat u niet hoeft te
vrezen voor overbelasting van de voeding van uw PC. Splitterkabels
zijn te koop bij computerdealers en elektronicawinkels (Maxtor
levert deze kabel vreemd genoeg niet mee). De verbinding met de PC
wordt gelegd met behulp van een 40-aderige bandkabel. Deze kabel
bevat aan een kant een enkele stekker, en aan de andere kant twee
stekkers die dicht bij elkaar geplaatst zijn. De kant met een
stekker is bedoeld voor de aansluiting met het moederbord of de
(Enhanced) IDE-controller, de andere kant dient voor aansluiting
van de schijfeenheden. Als er maar een schijf geplaatst is, dan
moet de stekker aan het einde van de kabel gebruikt worden. Worden
er twee schijven gebruikt, dan maakt het niet uit welke schijf op
welke connector is aangesloten. Let wel op dat de stekker goed
aangesloten wordt, het is namelijk mogelijk om hem verkeerd om te
plaatsen - met alle nare gevolgen van dien. De kant met de
gemarkeerde (rode, donkere of gestippelde) draad moet worden
aangesloten op pen 1 van de IDE-interface en de drives. Als alles
is aangesloten, dan kan de computer worden aangezet. De nieuwe
drive moet nu nog bekend worden gemaakt aan het BIOS, dit gebeurt
over het algemeen met de BIOS setup-utility. De procedure verschilt
van computer tot computer, maar over het algemeen komt het neer op
het starten van de setup-utility door een of meer toetsen in te
drukken tijdens het opstarten. Vervolgens wordt de nieuwe drive als
type 47 bekend gemaakt aan het bios, hierbij moeten de gegevens van
de drive (aantal sporen, aantal koppen en aantal sectoren per
spoor) met de hand worden inge voerd. Moderne IDE-controllers en
BIOSsen herkennen de drives zelf, of bieden een optie daartoe. Er
zijn ook Enhanced IDE-controllers met een eigen BIOS, die een
afwijkende setup-procedure kennen. Informatie hierover treft u in
de handleiding van de betreffende controllers. Enhanced IDE heeft
bij sommigen de naam onbetrouwbaar te zijn, maar dat is slechts ten
dele het geval. Het is inderdaad mogelijk om Enhanced IDE-drives zo
af te stellen, dat dataverlies mogelijk wordt. Dit is echter te
vermijden door niet het uiterste van uw drive te vragen, maar in
plaats daarvan aan de veilige kant te blijven bij het configureren
van de interface. De standaard-waarden zijn over het algemeen
weliswaar niet het snelst, maar ze zijn wel veilig. Een goed
geconfigureerde Enhanced IDE-drive is niet minder betrouwbaar dan
een `normale' IDE-schijf.
Afsluitend
Als de drive is ingebouwd en het BIOS daar weet van heeft, dan is
het de beurt aan het besturingssysteem. U kunt de hele drive
natuurlijk als een enkele partitie toevoegen aan uw systeem, maar
dat is niet altijd even verstandig. Het door DOS gebruikte FAT
bestandssysteem is notoir inefficient bij het indelen van grote
partities, waardoor veel ruimte ongebruikt blijft. Het door OS/2
ondersteunde HPFS-bestandssysteem en het door Windows NT geboden
NTFS hebben dit nadeel niet. Het blijft echter verstandig om
grotere harde schijven in meerdere partities onder te verdelen. Dit
maakt het gemakkelijker om backup's te maken. Tevens blijven de
gevolgen van een softwarematige calamiteit binnen de perken. Het
beruchte commando `format C:' zorgt dan nog maar voor een slapeloze
nacht, in plaats van een hele week...
Conclusie
Het inbouwen van een nieuwe harde schijf levert met de
tegenwoordig verkrijgbare `upgrade kits' geen onoverkomelijke
problemen meer op. De door ons geteste Maxtor 71260A kit is een
goed voorbeeld van een dergelijke kit, die het mogelijk maakt de PC
in een klap 1,2 gigabyte rijker te maken. Alle benodigdheden zitten
in een doos, en een duidelijke handleiding begeleidt u stap voor
stap bij de operatie aan uw PC. De meegeleverde Max-Blast software
(alleen in DOS-ver sie) maakt het mogelijk het uiterste uit de
drive te halen in combinatie met diverse controllers. De maximale
snelheid die u op deze wijze kunt behalen is afhankelijk van de PC,
de gebruikte controller en het besturingssysteem. Wij haalden op
een 486DX2-66 onder DOS een maximumsnelheid van 5 MB/s. Onder
Windows kwamen we `niet verder' dan 3,5 MB/s. Met OS/2 bleef de
klok steken bij 4 MB/s. We hebben de Maxtor ook met Windows NT en
een aantal UNIX-versies getest, met ongeveer gelijkgestemde
resultaten. De samenwerking tussen de Maxtor-drive en drives van
een aantal ander merken leverde gedurende de test geen problemen
op. Of dit in uw specifieke situatie ook niet het geval is kunnen
we echter niet garanderen.