Digital StorageWorks
Modulair opslagsysteem biedt maximale keuzevrijheid
U kunt natuurlijk iedere keer dat u ruimte te kort komt op uw
netwerk een harde schijf bijplaatsen. En als er eens een CD-ROM
nodig is, dan hangt u gewoon zo'n handig extern kastje aan de
server. Dat is makkelijk, snel en op het eerste gezicht goedkoop.
Maar of dit nou de meest verstandige oplossing is, dat wagen wij te
betwijfelen. Op een gegeven moment passen er geen schijven meer in
de kast, en al die ad-hoc uitbreidingen zijn ook niet echt
bevorderlijk voor de betrouwbaarheid van het systeem. PC-netwerken
kunnen in omvang en complexiteit de vergelijking met traditioneel
`zwaardere' systemen vaak goed doorstaan. Het is dan ook niet
verwonderlijk dat leveranciers van die `zware' systemen zich ook op
PC-netwerken richten. Digital StorageWorks is afkomstig uit de
UNIX-wereld, maar bewijst inmiddels ook in PC-netwerken goede
diensten. StorageWorks is een modulair opslagsysteem dat het
gemakkelijk maakt een op de wensen van de gebruiker toegesneden
opslagsysteem te configureren. De universele componenten maken het
tevens mogelijk dat het opslagsysteem met het systeem meegroeit,
zonder dat eerder gedane investeringen verloren gaan.
Veel PC-netwerken zijn zonder overdreven veel planning vooraf
geinstalleerd. Op een gegeven moment werd besloten dat het tijd was
voor een netwerk, en werd de nodige hard- en software aangeschaft.
Dit is niet echt verwonderlijk, gezien de relatief kleine
investering die nodig is om tot een werkend PC-netwerk te komen.
Voor enkele duizenden guldens staat er immers al een forse server
waarmee NetWare zijn diensten aan de gebruikers aan kan bieden.
Zodra de gebruikers het gemak van het netwerk ontdekt hebben,
begint de ongebreidelde groei. Megabyte na onontgonnen megabyte
wordt ontdekt en bezet, en al snel is het op het netwerk even druk
als op straat. De eerste uitbreiding van een nieuw netwerk laat dan
ook niet lang op zich wachten. In de kast van de server is plaats
voor vier harde schijven, en die SCSI-adapter schijnt er ook zeven
aan te kunnen sturen, dus die nieuwe schijf zit er zo in. Dit kan
heel lang goed gaan. Zolang het netwerk niet al te groot groeit, en
zolang het bedrijf er niet al te afhankelijk van is valt er niet
veel te vrezen. Met de betrouwbaarheid van moderne harde schijven
zit het over het algemeen wel goed. Als er maar regelmatig backups
worden gemaakt, dan kan een eventuele calamiteit ook wel het hoofd
geboden worden. Zodra (of liever nog daarvoor) het netwerk een
centrale rol gaat spelen in de bedrijfsvoering wordt het echter
tijd om eens na te denken over de betrouwbaarheid van het systeem.
Hoe lang kunt u het zonder uw netwerk stellen? Als er eens iets
misgaat, hoe lang duurt het dan voordat het systeem weer `in de
lucht' is? Het uit- en inbouwen van losse componenten in de server
kost veel tijd en kan alleen worden gedaan door ervaren personeel.
Bovendien is dit alleen mogelijk bij een uitgeschakeld systeem.
Naast de betrouwbaarheid speelt ook de onderhoudbaarheid een
cruciale rol. Het bijhouden van een goed backup-schema is een
vereiste voor het behoud van uw data, maar als het maken van een
backup omslachtig is of lang duurt zal daar in de praktijk vaak
niet veel van terechtkomen. En hoe zit het met de uitbreidbaarheid
van uw opslagsysteem? De eerder genoemde ad-hoc configuratie scoort
op dit punt niet bijzonder hoog.
Deze problematiek is natuurlijk niet nieuw. Toen PC-netwerken nog
in de kinderschoenen stonden, hadden UNIX-systeembeheerders al te
maken met de boven geschetste situatie. En waar een vraag is, komt
al snel een aanbod tot stand. Diverse leveranciers kwamen met
oplossingen voor de opslagproblemen van de UNIX-systeembeheerder.
Digital is een van deze leveranciers, met StorageWorks bieden zij
een modulair opslagsysteem dat in hoge mate aan de wensen van de
gebruiker kan worden aangepast. StorageWorks is inmiddels ook
leverbaar voor diverse PC-netwerkbesturingssystemen, waaronder
Novell NetWare en Windows NT.
Modulair
Aan de basis van StorageWorks bevindt zich de SCSI-2 interface.
Zowel voor de verbinding tussen de server en de
uitbreidingseenheden, als binnen die uitbreidingseenheden wordt
gebruik gemaakt van een van de verschijningsvormen van SCSI-2. Dit
maakt het mogelijk een grote diversiteit aan opslagmedia te
gebruiken. StorageWorks is een modulair systeem, dat door de
gebruiker naar eigen inzicht kan worden geconfigureerd. Dit wordt
mogelijk gemaakt door de toepassing van standaard-behuizingen,
waarin diverse apparaten geplaatst kunnen worden. Er zijn vier
verschillende uitbreidingseenheden leverbaar, in capaciteit
varierend van drie tot honderachtenzestig modules per eenheid. De
kleinste versie past onder de PC of de monitor, terwijl de grootste
versie ongeveer evenveel ruimte in neemt als een koelkast. De
data-opslag bouwstenen zijn stevige, afgeschermde kunststof dragers
waarin harddisks, tape drives en andere opslag-systemen gemonteerd
zijn. Die bouwstenen passen in ieder van de genoemde
uitbreidingseenheden. Met uitzondering van de kleinste behuizing
maken alle uitbreidingseenheden gebruik van subeenheden, waarop
zeven `bouwstenen' passen. De op een na kleinste behuizing bestaat
uit een subeenheid. Bij uitbreiding van het systeem kan deze
complete subeenheid worden opgenomen in een grotere behuizing.
Omgekeerd is het ook mogelijk om een subeenheid uit een grotere
behuizing te nemen en deze als zelfstandige eenheid te gebruiken.
Mogelijkheden
Al die behuizingen zijn natuurlijk prachtig, maar uiteindelijk gaat
het er toch om dat de data een veilig onderkomen krijgen, van
waaruit ze zo snel en efficient mogelijk kunnen worden benaderd. Om
aan deze eisen tegemoet te komen kan StorageWorks op een aantal
verschillende manieren worden ingezet. Naast traditionele
uitbreidingseenheden met meerdere schijven kunnen ook complete
RAID-subsystemen en optische jukeboxen worden opgebouwd. In
vogelvlucht bestaat het StorageWorks-programma uit de volgende
componenten.
Behuizing
De desktop-behuizing kan drie bouwstenen bevatten, en is voorzien
van een enkele voeding en ventilator. De bouwstenen kunnen op ieder
moment worden geplaatst en verwijderd, het is dus niet nodig om het
systeem uit te schakelen. Dit is natuurlijk ook afhankelijk van de
gebruikte software, het is niet mogelijk om een schijfeenheid te
verwisselen die nog door het besturingssysteem gebruikt wordt.
NetWare biedt de mogelijkheid om schijfeenheden dynamisch te
activeren en uit te schakelen, Windows NT heeft deze mogelijkheid
niet. Dit is de enige behuizing die niet de mogelijkheid biedt meer
dan een voeding te plaatsen, het is dan ook niet de aangewezen
behuizing voor fouttolerante toepassingen. De Deskside-behuizing
biedt plaats aan een subeenheid met zeven 3.5" bouwstenen in
diverse combinaties. Er passen ook 5.25" eenheden in, maar die
nemen ieder drie uitbreidingsplaatsen in beslag. Het is mogelijk
een extra voeding en een accu-bouwsteen te plaatsen om tot een
grotere foutbestendigheid te komen. De departmentale behuizing
biedt plaats aan maximaal zeventig bouwstenen, terwijl de
datacenter-behuizing ruimte biedt voor 168 eenheden. Deze laatste
behuizing vereist wel een aparte krachtstroomaansluiting. In de
datacenter-behuizing kan in totaal meer dan 330 GB aan on line
opslagcapaciteit worden opgenomen.
Bouwstenen
De meest voor de hand liggende bouwsteen is natuurlijk de losse
hard disk drive. Digital levert twee typen met een capaciteit van
respectievelijk 1,05 en 2,1 gigabyte. Beide drives zijn gehuisvest
in een 3.5" bouwsteen. De capaciteit van een deskside-behuizing kan
met deze drives oplopen tot 14,7 gigabyte. Digital levert ook nog
een aantal solid state diskdrives, maar die kunnen alleen gebruikt
worden in UNIX-netwerken. Naast disk drives omvat het
StorageWorks-programma ook nog een aantal backup-systemen. De 4mm
DAT-streamers zijn in de PC-wereld inmiddels al bekend, dit geldt
ook voor het 8mm Exabyte-systeem. Een relatief onbekende nieuwkomer
is het Digital Linear Tape systeem, een uit de DEC VAX-wereld
afkomstige standaard die een zeer hoge capaciteit koppelt aan een
hoge snelheid en betrouwbaarheid. Een enkele DLT-eenheid heeft een
fysieke capaciteit van 6 of 10 gigabyte, met behulp van
datacompressie kan dit nog worden verdubbeld. Naast losse eenheden
omvat het programma ook nog een aantal automatische tapewisselaars,
waarmee de capaciteit op maximaal 100 GB komt.
Er zijn ook CD-ROM spelers in StorageWorks-compatible behuizing
leverbaar. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een 5.25" bouwsteen,
waarin twee CD-ROM spelers passen. Voor de desktop-behuizing is een
aparte bouwsteen leverbaar, die alleen in deze behuizing past.
RAID subsystemen
Naast de bovengenoemde bouwstenen die naar eigen inzicht met elkaar
kunnen worden gecombineerd, levert Digital ook een aantal complete
RAID-systemen binnen het StorageWorks-concept. RAID is een
afkorting voor `Redundant Array of Inexpensive Disks' (sommigen
gebruiken de term `Independent' in plaats van `Inexpensive', maar
dat is niet zoals IBM - de uitvinder van RAID - het heeft bedoeld.
RAID is ontwikkeld om het mogelijk te maken de betrouwbaarheid van
mainframe-opslag te koppelen aan de lage kosten van mini- en
micro-hardware. In verhouding tot de prijs van een mainframe-schijf
is een moderne harde schijf inderdaad `inexpensive'.) Deze
afkorting dekt de lading niet altijd even goed. Het eerste woord,
redundant, geeft aan dat de data meervoudig wordt opgeslagen om zo
altijd over een actieve reservekopie te beschikken. Dit is echter
alleen het geval bij RAID-1 en hoger. RAID-0 behelst het gebruik
van meerdere schijven om de data sneller toegankelijk te maken,
maar voorziet niet in extra beveiliging van die data. RAID-0 is
eigenlijk geen RAID in de strikte zin van het woord. Diverse
besturingssystemen beschikken standaard over de door RAID-0 geboden
mogelijkheden, Windows NT is hier een goed voorbeeld van.
Het voordeel van RAID-1 en hoger is dat de data beschermd tegen de
gevolgen van een falende harde schijf. De mate van bescherming is
afhankelijk van het RAID-niveau. RAID is geen kant-en-klaar
produkt. Er bestaan verschillende niveau's die ieder hun eigen
toepassingsgebied kennen. De niveaus bieden ieder een bepaalde
combinatie van de factoren 'beschikbaarheid', 'prestaties' en
'kosten'. De meest voorkomende RAID-niveaus zijn die tussen nul en
vijf. In het kort zien deze er als volgt uit:
RAID 0: Gegevens worden in stukken opgedeeld en gelijkmatig
over alle schijven verdeeld (ook wel striping genoemd)
RAID 1: Gegevens worden dubbel op verschillende schijven
weggeschreven (ook wel shadowing genoemd)
RAID 0,1: Combinatie van RAID 0 en RAID 1
RAID 3: Gegevens worden in stukken opgedeeld, gelijkmatig over
alle schijven weggeschreven en pariteit wordt op een separate
schijf bijgehouden zodat elke schijf (of deel van een schijf) te
restaureren is zolang de overige schijven onbeschadigd zijn. De
pariteitsschijf is zelf niet beveiligd, bij uitval van deze schijf
moet hij opnieuw worden opgebouwd aan de hand van de data op de
dataschijven. Iedere schijf-transactie gaat gepaard met een toegang
tot de pariteitsschijf. Hierdoor kan deze schijf een vertragende
invloed hebben op de rest van het systeem.
RAID 5: Als RAID 3 echter nu wordt ook de pariteit over
verschillende schijven verdeeld, zodat de gegevensoverdracht bij
kleine volumes data sneller is.
Over het algemeen kan worden gesteld dat een hogere betrouwbaarheid
gepaard gaat met een lagere effici‰ntie, en omgekeerd. RAID 1 is
het meest betrouwbare, maar ook het kostbaarste systeem. Bij
toepassing van RAID 1 zijn twee keer zo veel harde schijven nodig
in vergelijking met normale dataopslag. Een voordeel van RAID 1 is
dat dit systeem al ge‹mpleme- teerd kan worden met slechts twee
harde schijven. De hogere RAID-niveaus hebben minimaal drie
schijven nodig om tot hun recht te komen. StorageWorks ondersteunt
alle boven genoemde RAID-nivea u's in diverse configuraties. De
RAID-systemen zijn ook volgens het bouwsteenprincipe opgezet,
waardoor het vervangen van defecte onderdelen zeer gemakkelijk is.
Zoals alle StorageWorks-componenten kunnen ook de schijven in
RAID-systemen op ieder moment verwijderd en herplaatst worden. Het
verschil tussen een RAID-systeem en een drive-array is dat de data
bij een RAID-systeem ook na het verwijderen of uitvallen van een
schijf beschikbaar blijft. Zolang er nog geen nieuwe schijf
geplaatst is, maakt het systeem gebruik van de data op de overige
schijven om de oorspronkelijke data te reconstrueren. Als er een
nieuwe schijf geplaatst is, dan kan de inhoud van de defecte schijf
worden gereconstrueerd op de nieuwe schijf. De prestaties van een
RAID-systeem met een ontbrekende schijf lopen natuurlijk iets
terug, maar dat is nog altijd beter dan het scenario bij een
falende schijf in een disk-array. In dit laatste geval kunt u naar
uw data fluiten, en is het maar te hopen dat de backup niet al te
stoffig is. Het implementeren van RAID kan op twee manieren. De
meest eenvoudige manier is het gebruik van een speciaal programma,
dat de RAID-functionaliteit voor zijn rekening neemt. Dit wordt
over het algemeen `host-based RAID' genoemd. In dit geval betekent
het RAID-systeem echter een flinke belasting van de processor,
vooral in het geval van uitval van een schijfeenheid. Dit is niet
het geval bij een hardwarematige RAID-implementatie, waarbij de
controller zorgdraagt voor de RAID-functies. Deze laatste oplossing
is echter duurder, en vereist vaak het gebruik van speciale
componenten. Host-based RAID is flexibeler, en kan gebruikmaken van
bestaande controllers en schijfeenheden. Digital StorageWorks biedt
zowel host based als controller based RAID. Binnen het
StorageWorks-concept van Digital is er een keuze mogelijk tussen
een RAID controller die in een PC-Server (RAID array 210 en 220)
functioneert of een controller die buiten de server in het
storagecabinet wordt geplaatst (RAID-array 110 en 410).
Softwarematig kan RAID-functionaliteit in het systeem zelf of in
een separate controller worden afgehandeld. In het laatste geval
zal de CPU nauwelijks worden belast.
Natuurlijk ontlast RAID u niet van de plicht om regelmatig backups
te maken, ook een RAID-systeem is immers niet feilloos. Met een
gemiddelde tijd tussen fouten (MTBF oftewel Mean Time Between
Failure) van ongeveer 250.000 uur (dat is ongeveer 28,5 jaar) zal
een fout echter niet vaak voorkomen. Als u nu denkt dat u deze
waarde ook met een disk-array wel kunt halen (de fabrikant zegt
immers dat zijn diskdrives een MTBF hebben van 200.000 uur) dan
loont het de moeite om hier eens wat kansberekening op los te
laten. Betrek hierbij ook de mogelijkheid dat de voeding, de
controller of de kabel het begeeft. In werkelijkheid komt u
waarschijnlijk eerder in de buurt van de 20.000 uur. Overigens, de
grootste foutbepalende factor in het systeem is de menselijke
factor. Ook het beste RAID-systeem kan niets meer doen als iemand
`per ongeluk' de stekker er uit trekt.
Informatie over StorageWorks is te verkrijgen bij
Maxcom, tel. 033-961511 of bij Digital, 080-529955