Iomega ZIP-drive
My First Bernoulli?
Als we de fabrikant mogen geloven, dan staan we aan de rand van een
nieuw tijdperk in informatieopslag. De Iomega ZIP-disk is een 3.5
kleine Bernoulli-disk, waarop 100 MB een plaats kan vinden. Met
gebruikmaking van compressie kan dat nog eens verdubbeld worden.
Dit betekent dat op een enkele verwisselbare schijf van ongeveer
veertig gulden de totale inhoud van een modale harde schijf past.
Het aardige is, dat die informatie ook met hard disk-snelheid
gelezen en geschreven kan worden. PC- en Mac-gebruikers die nog een
parallelle- of SCSI-poort vrij hebben, kunnen daar, voor nog geen
fl 450,-, de paars-blauwe ZIP-drive aanhangen. Wij hebben een
bezoekje gebracht aan de importeur om een van de eerste ZIP-drives
in Nederland uit te proberen.
Van een moderne PC is de floppy-drive eigenlijk het minst
vooruitstrevende apparaat. Op een plastic schijf met het, naar
huidige maatstaven, grote (werkzame) oppervlak van 23 vierkante
centimeter wordt met moeite 1.44 MB gezet. Dat komt neer op een
informatiedichtheid van nog geen 64 KB per vierkante centimeter.
Dat lijkt misschien veel, maar als je het vergelijkt met de
informatiedichtheid van een moderne harde schijf of tapedrive dan
is het niets. Er zijn al geruime tijd alternatieven voor de
standaard-floppy op de markt, maar tot nu toe is het geen van deze
systemen gelukt de dominante positie van de floppy te bedreigen.
Een van de `schuldigen' aan het succes van de huidige
floppy-generatie is IBM. Dit bedrijf heeft bij de introductie van
de PC het zekere voor het onzekere genomen; er werd geen gebruik
gemaakt van echt geavanceerde technieken, op het vlak van de
processortechnologie, noch bij de randapparatuur. De 5.25" zwarte
schijf werd in eerste instantie met niet meer dan 160 KB
geformatteerd, een lachertje vergeleken met de toenmalige
homecomputers die soms meer dan het dubbele op dezelfde schijf
wisten te zetten. Met de introductie van de Double Density
microfloppy (een ontwikkeling van Sony) begon het er al wat beter
uit te zien. Deze kleinere diskette werd echter ook weer niet tot
het uiterste benut. De fysieke capaciteit van deze schijf bedraagt
1 MB, maar MS-DOS gebruikt daar in de praktijk niet meer dan 720 KB
effectief van. Ook de High Density-variant blijft steken bij 70%
van de nominale capaciteit. Wie meer wil, die moet uitwijken naar
het exotische 2.88 MB-formaat van IBM (dat in feite ook een
ondergeschoven kindje is, de fysieke capaciteit van het medium
bedraagt 4 MB) of een van de vele floppy-alternatieven. Een van die
alternatieven die nog enigszins op succes kan rekenen is de
floptical. Dit type drive wordt door Silicon Graphics standaard in
ieder werkstation ingebouwd. De capaciteit van een 3.5" floptical
bedraagt 21 MB, een hele verbetering ten opzichte van de
traditionele diskette. De winst zit hem in de veel betere
spoorvolging van de floptical ten opzichte van de traditionele
diskette. De magnetische koppen in een normaal diskettestation
kunnen maar een beperkt aantal posities innemen. De drive verwacht
de sporen altijd op dezelfde plaats te vinden, spoor nul ligt
altijd op een bepaalde afstand van het midden. Omdat niet alle
drives op dezelfde manier afgesteld zijn, moet de ruimte tussen de
sporen behoorlijk groot zijn om storingen te voorkomen. De
afstelling van een drive is ook onderhevig aan verloop (door
slijtage), en uitzetting (door verwarming en ouderdom). Hierdoor
passen er niet meer dan ongeveer 50 sporen per centimeter naast
elkaar. De floptical lost dit probleem op door bij het volgen van
de sporen niet uit te gaan van vaste posities. In plaats daarvan
wordt een schijf gebruikt waarop de positie van de sporen is
vastgelegd met behulp van groeven, die met een laserstraal kunnen
worden gevolgd. Dit maakt het mogelijk veel meer sporen naast
elkaar te leggen, zonder dat dit problemen oplevert bij
uitwisseling van schijven tussen diverse drives. Het nadeel van de
floptical is echter dat de drives en de schijven behoorlijk prijzig
zijn. Ook de snelheid van een floptical is niet echt opzienbarend,
zeker niet in vergelijking met een moderne hard disk. Andere
verwisselbare media met hoge capaciteit, zoals Syquest en
Magneto-Optical (MO), zijn niet bedoeld als vervanger van floppies,
maar als verwisselbare harde schijf voor het transporteren van
grote hoeveelheden data. Beide systemen worden veel toegepast,
onder andere door zetterijen en uitgeverijen. De prijs van zowel de
drives als de media is te hoog om echt concurrerend te zijn.
ZIP-drive
De nieuwe ZIP-drive heeft de eerder genoemde nadelen niet. De drive
zelf kost voor de eindgebruiker Ÿ449,- inclusief een 100MB-schijf
en de benodigde software. Dit geldt zowel voor de SCSI-uitvoering
als de parallelle uitvoering. Deze laatste versie is voorzien van
een parallel-naar-SCSI omzetter in de drive zelf, er zit dus geen
onhandige kast tussen de drive en de PC. Losse schijven kosten
Ÿ39,95 (incl. btw). De prijs vormt dus geen struikelblok meer voor
het succes van de ZIP-drive. Ook de interface zal weinig problemen
opleveren, gezien de beschikbaarheid van zowel een SCSI- als een
parallelle uitvoering. Bij gebruikmaking van een snelle parallelle
poort (Enhanced Parallel Port of EPP) is de snelheid van de
parallelle uitvoering niet veel minder dan die van de
SCSI-uitvoering. Een SCSI-ZIP haalt maximaal 50 MB/minuut, de
parallelle uitvoering zou ongeveer tot 20 MB/minuut komen. Dit
zijn re spectabele snelheden, zeker in vergelijking met de schamele
2 MB/minuut van een floppy. De doorvoersnelheid bedraagt volgens de
fabrikant 1.25 MB/seconde bij het lezen van niet-gebufferde
bestanden. Bij gebrek aan goede benchmark-programmatuur hebben we
dit niet kunnen verifieren, we hebben echter wel geconstateerd dat
de ZIP behoorlijk snel is. De gemiddelde zoektijd van 29 msec komt
in de buurt van de zoektijd van de vorige generatie harde schijven.
Ter illustratie: de gemiddelde zoektijd van een floppy bedraagt
ongeveer 300 msec, die van een snelle CD-ROM speler blijft steken
bij 150 msec. De zoektijd bepaalt samen met de omwentelingssnelheid
hoe lang het duurt voordat de gewenste data onder de kop
doorvliegt.
Het uiterlijk van de ZIP-drive zal voor de, over het algemeen wat
behoudende, computergebruiker even wennen zijn. Het apparaat lijkt
eigenlijk helemaal niet op een diskdrive, maar op een forse walkman
of een draagbare radio. De kunststof behuizing (de ZIP-drive is
vooralsnog alleen in een externe uitvoering leverbaar) heeft een
kleur die tussen blauw en paars inhangt, waarmee hij gegarandeerd
opvalt. Of hij daarmee ook echt kleurt bij de over het algemeen
saai beige of muisgrijze computers is een tweede, maar dat is
eigenlijk ook niet van belang (hij kleurt trouwens wonderwel bij de
Compaq Contura 400, ook al zo'n vreemd gekleurd apparaat). Het
apparaat kan zowel plat liggend als op staand zijn dikke rubberen
voeten gebruikt worden. Dit laatste is echter af te raden aangezien
de kabels nogal stug zijn. Een valpartij is dan niet uitgesloten,
en dat zal de integriteit van de data niet ten goede komen. De
fabrikant garandeert dat de schijven in rusttoestand
versnellingskrachten van 1000G kunnen overleven, dus echt gevoelig
zal het systeem niet zijn. Dit is trouwens inherent aan de
gebruikte Bernoulli-techniek, waarbij de schijf door de
luchtstroming naar de kop toe wordt getrokken. Dit maakt een, van
oude harde schijven (en Syquest-disks) beruchte, head crash vrijwel
onmogelijk. Er is geen fysiek contact tussen kop en schijf,
waardoor de slijtage beperkt blijft. Zo op het eerste gezicht heeft
ZIP alles in zich om een succesnummer te worden.
Bernoulli?
De ZIP-disk is in feite een kleine uitvoering van de al langer
bestaande Bernoulli-diskdrives. De Bernoulli werd enkele jaren
geleden gelanceerd als het alternatief voor de verwisselbare harde
schijf van Syquest. De eerste Bernoulli-drives hadden een
capaciteit van 10 MB op een schijf van 8 inch, niet echt
indrukwekkend dus. De snelheid en toegangstijd waren wel bijzonder
voor een verwisselbaar medium. Sindsdien hebben de ontwikkelingen
niet stilgestaan. Tegenwoordig kan een moderne Bernoulli-drive 230
MB op een 5.25" schijf kwijt, waarbij de data met hard
disk-snelheid kan worden gelezen en geschreven. Een aantal grotere
bedrijven en instituten hebben Bernoulli al in een vroeg stadium
als standaard ingevoerd. Een voorbeeld hiervan is het ministerie
van defensie, dat voor de verzameling en distributie van
administratieve data over de diverse eenheden gebruik maakt van
`Bernoulli-post'. Het dagelijkse ritueel van de `admeur'
(defensie-jargon voor de administrateur) begint met het plaatsen
van de Bernoulli-disk in de drive, aan het einde van de dag gaat
hij eruit en in de kluis. Eens per week gaan de schijven per
koerier naar Emmen om daar `in het mainframe gestopt te worden'.
Bernoulli was en is een betrouwbaar opslagsysteem, het heeft tot nu
toe echter niet de sprong naar de kleinere gebruiker weten te
maken. De ZIP-disk kan hier wel eens verandering in gaan brengen.
De techniek is gelijk aan die van de grotere Bernoulli-drives,
alleen is alles wat kleiner uitgevoerd.
Software
De ZIP-drive wordt geleverd met DOS- en Windows-software, een
OS/2-versie is gepland voor het derde kwartaal van 1995. De
software biedt een aantal interessante functies, die in principe
ook voor andere media interessant kunnen zijn. Ten eerste moet de
ZIP-drive natuurlijk aan het besturingssysteem bekend gemaakt
worden, dit ge beurt met behulp van de `guest' driver. Deze driver
wordt apart (op een floppy) meegeleverd, en maakt het mogelijk de
drive op ieder gewenst moment te activeren. Voor normaal gebruik
van de ZIP-drive is de guest-driver het enige noodzakelijke stuk
software. Met die guest-driver op flop kan de ZIP-drive op vrijwel
iedere PC en Mac worden aangesloten, zolang er maar een parallelle
of SCSI-poort beschikbaar is. De parallelle versie biedt de
mogelijkheid om aan de achterkant van de drive een printer aan te
sluiten, de SCSI-versie heeft een doorluspoort voor een tweede
ZIP-drive of een ander SCSI-apparaat. De SCSI-versie kan met behulp
van twee schakelaartjes op SCSI-ID 5 of 6 worden inge steld, tevens
kan de afslui tweerstand worden geactiveerd. Het is mogelijk dat de
SCSI-software van de PC of Mac de ZIP-drive zelfstandig al herkent
en een driveletter toewijst, in die gevallen is het gebruik van de
guest-driver niet noodzakelijk (sterker nog, als de guest-driver
dan wordt gebruikt, bestaat de mogelijkheid voor dataverlies). De
overige meegeleverde software biedt een aantal interessante
functies. De schijven kunnen softwarematig tegen schrijven ‚n lezen
beschermd worden, eventueel met gebruikmaking van een wachtwoord.
Een catalogus-programma kan een index maken van alle ZIP-disks,
waarmee het zoeken naar bestanden een stuk vlotter verloopt. Met de
meegeleverde backup-software kan de ZIP-drive ook als snel
backup-medium gebruikt worden. Tevens is het met deze software
mogelijk ZIP-disks te kopi‰ren. Bij gebruik van een enkele
ZIP-drive moet er dan natuurlijk wel meerdere malen van schijf
gewisseld worden.
Conclusie
De relatief lage prijs van zowel de drive als de media maken de
ZIP-drive een geduchte concurrent voor een aantal andere
opslagmedia. Het apparaat is in principe ook zeer goed geschikt
voor draagbare toepassingen, alleen ontbreekt op dit moment nog de
daarvoor benodigde draagbare voedingsmogelijkheid. De importeur
heeft toegezegd dat hier in het derde kwartaal verandering in komt.
Het is de bedoeling dat de ZIP-drive dan met behulp van een
adapterkabel zijn voedingsspanning via de toetsenbordaansluiting
kan krijgen. In het derde kwartaal komen tevens de OS/2-drivers en-
software beschikbaar, evenals een aantal accessoires voor de
ZIP-drive. Er gaan geruchten dat een aantal grote
computerfabrikanten in onderhandeling zijn met Iomega om de
ZIP-drive in te bouwen in hun PC's. Als dat inderdaad gaat
gebeuren, dan staat niets de ZIP-drive meer in de weg om een nieuwe
standaard te worden.
Inl.: Borsu Systema, 03200-72200.