Het carnaval der functies
CorelDRAW! 6
Zoals ieder jaar is CorelDRAW! met het nodige tamtam opgewaardeerd.
Dit keer moest met de introductie van versie 6 echter worden
gewacht totdat Windows 95 uitkwam. Toen dat eindelijk gebeurd was,
was Corel dan ook als een van de eersten met een 32-bits programma
op de markt. De vaste gebruikers hebben intussen hun borst weer
eens nat kunnen maken; op de worsteling met het nieuwe, nukkige
besturingssysteem van Microsoft volgde de kennismaking met de
zoveelste overhoop gegooide inrichting van hun dierbaar
tekenpakket.
Aan het leren werken met CorelDRAW! heeft men een dagtaak. De
gebruiker die behoefte heeft aan achtergrondinformatie over het
programma komt echter steeds meer in de kou te staan. Naar mate de
`Werken met...' boeken dikker en het aanbod aan cursussen groter
worden, worden de fabriekshandleidingen met iedere nieuwe versie
dunner en in tegenstelling tot wat men verwachten zou verschaft de
`on line' helpfunctie nauwelijks nog duidelijkheid. Ook het
alternatief van een elektronische gebruikersgids wordt, ondanks de
ruimte die CD-ROM's bieden, niet geboden. CorelDRAW! 6 lijkt wat
dat betreft slechts beheerst te kunnen worden door er uitgebreid
mee te gaan spelen. Misschien is dat ook wat het is, speelgoed.
Merites
Niet voor niets halen veel aan de Apple Macintosh verknochte
grafisch ontwerpers hun neus op voor CorelDRAW! Weliswaar kunnen
lijnteken-applicaties als Adobe Illustrator en Macromedia Freehand
nog niet in de schaduw ervan staan, maar de enorme bombast aan
`clipart', amateuristisch aandoende stockfoto's, slecht
gespatieerde lettertypen en kinderachtige animaties die bij het
pakket geleverd wordt werkt de lachlust danig in de hand. Het kost
moeite om onder die alsmaar dikker wordende laag van speciale
effecten en spectaculair ogende 3-D-functies de ware merites van
het programma te ontdekken.
Dat die merites bestaan moge blijken uit het feit dat CorelDRAW!
onmiddellijk na de introductie in 1989 marktleider werd op het
gebied van grafische programmatuur voor de Windows-omgeving en
sindsdien geen enkele concurrent meer naast zich heeft geduld. (Wie
werkt er, bijvoorbeeld, nog met het ooit trendsettende Micrografx
Designer? Wat is er overgebleven van Harvard Draw?) Daarvoor is
meer nodig dan ieder jaar met een opwaardering te komen en de
gebruiker te overdonderen met een overvloed aan hebbedingetjes.
Professioneel
Tot en met versie 5 leek het erop dat CorelDRAW! bewust niet
tegemoet kwam aan de eisen van professionele gebruikers. Met een
module als PHOTO-PAINT was het ondoenlijk hoge-resolutie scans te
bewerken, uit Ventura was stilzwijgend het DCS-filter verwijderd
(over OPI werd al helemaal niet gerept), PostScript Level 2 werd
niet door de printer-interface ondersteund en het ingebouwde
kleurbeheersysteem kende geen afzonderlijke instelmogelijkheden
voor chromatische en achromatische kleurscheiding. Voor wie
daardoor nog niet afgeschrikt werd was het toch op zijn minst
teleurstellend dat het onmogelijk was om Adobe Photoshop-bestanden
rechtstreeks te importeren, zodat de mogelijkheden van alfakanalen
onbenut moesten blijven en duotonen slechts door middel van trucs
konden worden gemaakt.
Toegegeven, dat zijn ook allemaal geen specificaties waar een
lijntekenprogramma aan hoeft te voldoen, maar CorelDRAW!
pretendeert inmiddels zoveel meer te zijn dan dat. Zo is in versie
6 te zien dat het de makers ernst is met hun voornemen het
onderscheid tussen afzonderlijke vector- en pixelmodules op te
heffen. Kleuren in gescande afbeeldingen laten zich in DRAW! reeds
maskeren op een manier die sterk doet denken aan de werking van het
inmiddels in alle beeldbewerkingsapplicaties ingebouwde
toverstafje, veel fractale vulpatronen en bijzondere effecten
vertonen gelijkenis met de `plug ins' zoals die voor Photoshop
worden gemaakt en þ wat voor digitale kleurenreproducties van groot
gewicht is þ het is eindelijk mogelijk een in een hoge- en een
lage-resolutie opgesplitste scan te verwerken.
Litho's
Het beantwoorden aan de specificaties voor Desktop Color Separation
(DCS), Open Prepress Interface (OPI) en PostScript Level 2 is de
echte verandering in CorelDRAW! 6, want dat maakt het programma þ
daar waar men voorheen nog genoodzaakt was zijn toevlucht te zoeken
tot applicaties als Quark XPress en Adobe PageMaker þ in één klap
geschikt om op efficiënte wijze professionele full-color litho's te
vervaardigen. Het is evenwel typerend voor Corel dat daar weinig
ruchtbaarheid aan wordt gegeven en dat er nergens enige uitleg over
de nieuwe afdrukfuncties te vinden is. Er zijn dan ook al
gebruikers gesignaleerd die in opperste verwarring verkeren en
bijna niets meer naar de printer durven te sturen. Geen wonder,
want je moet minstens lithograaf zijn om te weten wat `resolve
links' te betekenen heeft of wat het uitmaakt als de uitvoer van
een document ingedeeld wordt volgens Document Structuring
Conventions.
Tovenaar
In het licht van bovenstaande is het opmerkelijk te noemen dat het
kleurbeheersysteem in CorelDRAW! 6 door middel van een
`wizard'-functie juist toegankelijker is gemaakt. Bij de vorige
versie was dat nog een duister doolhof met voor de leek moeilijk te
doorgronden calibratie-menu's en instelmogelijkheden voor
inktmodellen, grijswaardenvervanging en puntverbreding. Niet dat
daar nu ineens dieper op de materie wordt ingegaan (het hoofdstuk
Color Management is zelfs uit de handleiding geschrapt), maar bij
het activeren van de module wordt stap voor stap uitgelegd hoe of
wat aan randapparatuur (scanner, monitor en printer) moet worden
opgegeven om een `system color profile' te kunnen laten genereren.
Zonder te hoeven weten wat dat precies betekent vergewist men zich
op die manier toch van een nauwkeurige overeenkomst tussen
origineel en afdruk.
Pagina's
Behalve dat CorelDRAW! 6 zoveel opties kent om `bitmapped'
illustraties te verwerken, valt op dat het zo langzamerhand een
volledig uitgerust paginaopmaakprogramma is geworden. Dat blijkt
onder andere uit een nieuwe eigenschap die aan lagen kan worden
toegekend, namelijk die van stramienpagina. Een stramienpagina
maakt dat vaste elementen, zoals lijnen, voetteksten of
paginanummers, automatisch op iedere bladzijde terugkeren. Tel
hierbij op de mogelijkheid om met opmaaklabels (of typogrammen) te
werken, de aanwezigheid van tekstverwerkerachtige menu's en
hulpmiddelen om alinea's langs onregelmatige tracés te laten lijnen
þ en je hebt geen XPress of PageMaker meer nodig.
Het heet dat de 32-bits architectuur van Windows 95 eindelijk MDI
(Multiple Document Interface) mogelijk heeft gemaakt; dit houdt in
dat meerdere bestanden naast elkaar geopend en objecten van het ene
document naar het andere gesleept kunnen worden. Iets bijzonders is
dat niet, want het fenomeen was reeds bekend van de meeste andere
Windows-programmatuur en wie er behoefte aan had kon altijd al
meerdere kopieën van DRAW! starten en rangschikken. Interessanter
is echter dat er door Windows 95 nu met een nauwkeurigheid van 0,1
micron kan worden gewerkt. Dit maakt niet alleen dat er meer
getallen achter de komma verschijnen, maar ook dat er praktisch tot
in het oneindige in- en uitgezoomd kan worden.
Kleur
In de verzameling modellen en paletten kan nog altijd die
wonderlijke collectie tinten worden aangetroffen waarmee CorelDRAW!
ooit het glibberige pad van kleur op ging. Kleuren met namen als
ijsblauw, olijfgroen of citroengeel suggereerden dat het mogelijk
was op het beeldscherm naar eigen inzicht een full-color omslag te
ontwerpen en dat exact zo op papier te reproduceren. Iedereen die
dat wel eens geprobeerd heeft weet inmiddels beter; een grotere
deceptie bleek nauwelijks denkbaar. Er is maar één manier om zich
van een betrouwbare kleurenafdruk te verzekeren en dat is de
gewenste tinten vooraf op te zoeken in een stalenboek of waaier en
het betreffende referentienummer in het menu op te geven. Een goed
samengesteld systeemprofiel is weliswaar in staat een impressie
vooraf van het resultaat in druk te geven, maar dat helpt een
gebruiker nog niet om bruikbare kleuren te kiezen.
Gestandaardiseerde mengverhoudingen van inkten bieden hier uitkomst
en het is ook op dit punt te merken dat Corel serieus tegemoet
wenst te komen aan de verlangens van professionele grafisch
vormgevers; naast de vertrouwde paletten van Pantone (steun- en
proceskleur) TruMatch en Focoltone zijn de collecties van Toyo, DIC
en DuPont aan de kleureninterface toegevoegd. Daarnaast is het
assortiment modellen uitgebreid met CIE-Lab, TLV en YIQ.
Functies
Telkens als er een nieuwe versie van CorelDRAW! uitkomt vragen de
vaste gebruikers zich af welke van de hun dierbare functies
eventueel verdwenen en welke van de in het verleden geëlimineerde
hulpmiddelen wellicht teruggekeerd zullen zijn. Veranderen doet er
in ieder geval altijd veel. De reeds ter sprake gebrachte
kleurenpaletten - bijvoorbeeld - moeten in versie 6 op geheel
nieuwe wijze worden benaderd. Er zijn aparte rolvensters voor egale
en bijzondere vullingen (verlooprasters, patronen en fractalen),
tinten kunnen uit een verloop tussen vier basiskleuren worden
gekozen en een indicator geeft aan wat ervan overblijft op de
printer.
CorelDRAW! 6 is vooral het produkt van een nieuwe ergonomische
filosofie. Voor degenen die altijd al een hekel hadden aan
rolvensters en knoppenbalken moet het programma nu wel helemaal een
nachtmerrie zijn geworden. Niet alleen zijn alle `roll-ups'
groepeer- en uitvouwbaar geworden en kunnen de instrumenten van het
gereedschapspalet afzonderlijk op het beeldscherm worden
geparkeerd, ook bestaan er aparte paletten om paletten aan te
passen. Dit maakt dat het programma enerzijds volledig kan worden
ingericht met de functies die men snel tot zijn beschikking wenst
te hebben en dat het anderzijds makkelijk de indruk van een doolhof
wekt. Het is maar goed dat al die leuke drukknopjes geen geluid
maken, ander zou een ieder horen en zien vergaan.
Fonts
De geschiedenis van `downloadable' fonts kan niet worden geschreven
zonder þ in de marge þ melding te maken van het formaat waarmee
CorelDRAW! beroemd is geworden, Waldo Font (WFN). Voor vele
Windows-gebruikers was dat de eerste gelegenheid waarbij met
zichtbare, schaalbare lettertypen gewerkt kon worden. Inmiddels
zijn Type 1- en TrueType-fonts daarvoor de standaard, maar nog
altijd moet men zich goed rekenschap geven van hoe het programma
met die bestanden omgaat. Met name de bewegwijzering naar de
PSFONTS-directory wijzigt bij iedere nieuwe opwaardering. Zo
beriep CorelDRAW! 4 zich nog uitsluitend op de ATM-database en
probeerde versie 5 tevergeefs printerfonts als Palatino, Bookman of
New Century Schoolbook te downloaden. Versie 6 voegt wederom een
bladzijde aan het logboek `problemen met lettertypen' toe: fonts
die in ATM.INI vermeld staan maar in WIN.INI niet voor de actieve
printerpoort staan opgegeven komen wel in de keuzelijst voor
lettertypen voor, maar zijn niet zichtbaar en worden niet
afgedrukt.
PostScript-typen die frivool van uiterlijk en bestemd voor
decoratief gebruik zijn werden in het verleden automatisch
ondergebracht in het symboolfont-oprolvenster. De namen daarvan
treft men er nu nog steeds in aan, met dien verstande dat ze niet
meer op die manier kunnen worden toegepast.
Carnaval
Vanzelfsprekend zijn het de nieuwe gereedschappen en
transformatiehulpmiddelen van CorelDRAW! 6 die de show stelen. De
schuine hulplijnen en het mes- en gumgereedschap zullen door vele
minitieus te werk gaande tekenaars met graagte worden begroet;
veelhoeken hoeven niet langer te worden geconstrueerd en zelfs voor
spiralen en grafiekpapier zijn aparte instrumenten bedacht. De
speciale effecten, zoals visoog, draadmodel en 3D-verdwijnpunten,
zullen ongetwijfeld menigeen weer gaan verleiden tot het
vervaardigen van de wanstaltigst denkbare grafische produkties.
Aan de doelgerichte ontwerper zal deze carnaval der functies
voorbij gaan, hij droomt alweer van versie 7.
Multimedia Manager
In de omgang met uiteenlopende grafische bestandsformaten heeft
CorelDRAW! zich altijd al vooruitstrevend getoond. Het liet zich
in die zin benutten als een soort conversieprogramma; illustraties
die afkomstig waren uit andere populaire tekenapplicaties konden
veelal probleemloos worden ingelezen en in een secundair formaat
weer weggeschreven. Versie 5 beschikte zelfs over een importfilter
voor PostScript-bestanden. Dat was iets bijzonders, want tot dan
toe waren EPSF-illustraties tamelijk ondoorzichtig en zelden of
nooit op het beeldscherm zichtbaar te maken.
PSI
Die importfilter was helaas niet al te best. Voor zover de modules
er gebruik van maakten grossierden ze in foutmeldingen of liepen
eenvoudigweg vast (ook als ze door CorelDRAW! zelf waren
gegenereerd). Als er al iets in beeld kwam was het veelal verminkt.
In versie 6 werkt het filter aanzienlijk beter; voor
interpreteerbare PostScript-bestanden geldt nu de extensie PSI
(PostScript Interpreted). Daarmee lijkt het aantal conventies voor
deze paginabeschrijvingstaal met één uitgebreid te zijn. Het enige
PostScript-formaat dat nog niet wordt herkend is PDF (het Portable
Document Format van Adobe Acrobat).
De ondersteuning van zoveel verschillende soorten bestanden is
niet alleen het gevolg van de wens om het pakket zo veelzijdig
mogelijk te laten zijn, maar ook van het beleid om de concurrentie
waar mogelijk wind uit de zeilen te nemen. Een beleid overigens dat
inmiddels door een aantal fabrikanten is overgenomen; programma's
als Micrografx Designer en FrameMaker zijn tegenwoordig goed in
staat bestanden in CDR-formaat te importeren.
Presentation Data Exchange
Behalve dat CorelDRAW! een uitwisselbaar formaat op zichzelf is
geworden onderneemt het moederbedrijf pogingen om de eigen
specificaties voor het beschrijven van miniatuurweergaven van
illustraties gestandaardiseerd te krijgen. Bestanden met de
extensie CMX (Corel Presentation Data Exchange) kunnen niet alleen
door `visual file managers' razendsnel in postzegelvorm worden
afgebeeld, maar houden tevens de koppeling met de eigenlijke
beschrijving vast. Op die manier is het mogelijk snel en efficiënt
zelfs de meest complexe plaatjes te bekijken en met een
sleepopdracht in een document te plaatsen.
Corel MOSAIC heeft jarenlang gegolden als een schoolvoorbeeld van
zo'n visueel bestandsbeheer. In CorelDRAW! 5 werd het als interne
functie ingebouwd, maar die weg is in versie 6 weer verlaten. Wat
tegenwoordig in plaats daarvan in de vorm van een Multimedia
Manager oproepbaar is, is echter niets anders dan het vroeger naast
MOSAIC bestaan hebbende Corel Gallery. Gallery is een produkt dat
aanvankelijk afzonderlijk op de markt werd gebracht om de
uitgebreide clipart-bibliotheek van Corel te exploiteren. Het is
inmiddels opgewaardeerd naar versie 2 en is in belangrijke mate
gebaseerd op de eigenschappen van het CMX-formaat. De albums van
Gallery 2 kunnen evenwel niet met Multimedia Manager worden
geraadpleegd, omdat dát formaat niet uitwisselbaar is.
OLE 2
Aan bepaalde functies van Windows is te zien hoe het
computerplatform van de toekomst zal werken. De meest tot de
verbeelding sprekende daarvan is OLE (Object Linking and Embedding)
en Corel zou Corel niet zijn als het dat niet onmiddellijk in zijn
produkten had geïmplementeerd.
Drag and drop
Waar in het verleden bestanden expliciet moesten worden opgeslagen
om vervolgens in een applicatie te kunnen worden geplaatst, stellen
programma's die zich conformeren aan de specificaties van OLE 2
gebruikers in staat objecten met de muis uit het ene venster naar
het andere te verslepen. Voorts is het mogelijk illustraties met
voorbijgaan aan enige importfilter dynamisch te koppelen of in te
sluiten. Dit werkt aan twee kanten. Wanneer in de clientapplicatie
twee keer op een OLE-object geklikt wordt, wordt de
serverapplicatie opgestart en het betreffende bestand geladen; als
er - omgekeerd - in het leverende programma iets aan een gekoppeld
bestand gewijzigd wordt, komt dat automatisch in het ontvangende
programma in beeld.
Een van de bijkomende voordelen van OLE is dat softwarepakketten
modulair kunnen worden opgebouwd. Afzonderlijke onderdelen gaan
zich immers gedragen als aan een programma toegevoegde functie.
CorelDRAW! 6 laat zien wat men zich daarbij dient voor te stellen.
Memo
Een ogenschijnlijk niemendallerig hulpmiddeltje als CorelMEMO geeft
een fraaie demonstratie van OLE-gekoppelde software. Het maakt het
voor ontwerpers mogelijk om terzijdes, aantekeningen of berichten
als een soort geel notitiebriefje op een tekening te plakken.
Dubbelklikken op zo'n notitie doet het bericht ontvouwen en
aanpasbaar maken. Wie niet beter weet zou denken dat het een
grappige functie van CorelDRAW! zelf is, maar dat is het niet. Het
is CorelMEMO.
Iets dergelijks geldt voor CorelMAP, dat bedoeld is als hulpmiddel
voor Corel PRESENTS maar in alle OLE-ondersteunende applicaties op
te roepen is. Met deze `utility' kunnen uit de clipart-bibliotheek
afkomstige landkaarten opgemaakt en als object in een document
worden geplaatst.
Streepjescode
Zoals de praktijk van Corel om produkten te laten vergezellen door
grote aantallen lettertypen in Type 1- en TrueType-formaat de
prijsontwikkeling van fonts in een benedenwaartse spiraal heeft
gebracht, zo zullen bedrijven die gespecialiseerd zijn in het
aanleveren van digitale streepjescodes het spaans benauwd krijgen
bij het idee dat iedereen die voortaan zelf met CorelDRAW! 6 kan
maken.
Hoewel een streepjescode in feite uit tekens van een speciaal
symboolfont wordt opgebouwd, is de samenstelling ervan niet zo
eenvoudig. Vaak is het laatste cijfer de uitkomst van een
controleberekening en als men niet weet hoe die gaat komt er iets
onleesbaars uit de bus. CorelDRAW! 6 benut de OLE-functie van
Windows om een wizard op te starten die de gebruiker stap voor stap
de door hem begeerde streepjescode in objectvorm laat maken.
Robert Kooijman