Non Lineair Editing
De race naar digitale beeldbewerking voor video
Alles digitaal en dus vrij van de volgtijdelijke dwangbuis
van de tape
Een steeds groter deel van de produktie van materiaal
voor TV en video wordt gemaakt met computers. Omdat men
daarvoor het
beeldmateriaal niet meer op tape (lineair) maar digitaal op de
harde
schijf zet en dus in iedere volgorde kan bewerken spreekt men
dan
over non-lineair editing.
Meer beeldscherpte, meer snelheid en meer leven op de buis,
dat is
zo een beetje de trend van de computer. Op de IBC, een beurs
voor
Broadcasting ofwel omroep (Radio/TV) gehouden in Amsterdam
begin september,
ging Luc Sala op zoek naar wat wel een van de grootste
ruimtevreters
qua opslag en bandbreedtevreters op het LAN aan het worden is,
de
digitale video.
De toekomst van de computerindustrie hangt mede af van de
vraag, of
we steeds maar nieuwe toepassingen kunnen vinden, waarvoor we
niet
alleen nieuwe software, maar liefst ook veel nieuwe hardware,
veel
meer geheugen en meer van dat moois nodig hebben. Want dan kan
er
weer wat verdiend worden, is support nodig en wordt er weer om
de
specialisten geroepen. De upgrade heerst, zonder die
uitvinding zou
de hele handel vast stagneren.
Nu wordt zo'n upgrade-slag soms vrij kunstmatig
georganiseerd,
Bill Gates met Windows 95 weet daar van mee te praten, maar de
W95-gekte
is nu weer wat afgestopt door lastige legacy-virussen en
problemen
met netwerkinstallatie, waar we op de redactie van UNIX Info
ook over
mee kunnen praten. Voorlopig is W95 nog niets voor ons, ons
hele netwerk
met een aantal servers raakte onbereikbaar, dan bezin je je
nog een
keertje voor je overs tapt.
Video digitaal: nuttige stap
Maar er zijn ook wel toep assingen, die echt de moeite waard
zijn.
Eén daarvan, waarvoor ik me de laatste tijd nogal interesseer,
is
off-line non-lineair video-editing. Dat klinkt moeilijk, maar
komt
erop neer, dat je met de computer videomateriaal binnenhaalt
en een
montage maakt en die dan weer uitvoert naar bv. een videotape
of direct
uitzendt. Omdat je al het materiaal als het ware direct kunt
benaderen
en geen last meer hebt van het normaal gesproken lineaire
karakter
van videomateriaal, het staat er altijd achter elkaar op. Bij
een
videoband kun je makkelijker en sneller de zaak aan elkaar
monteren.
Bovendien ben je het lastige synchronisatieprobleem kwijt en
kun je
ook allerlei effecten, wipes, fades en andere beeldgrappen
moeiteloos
realiseren. Dit is overigens wel een typisch voorbeeld van het
door
de computer overnemen van een aantal bewerkingen en taken uit
de analoge
wereld, in dit geval die van de video/TV beeldbewerking. In de
eenvoudige
vorm noemt men dit wel DeskTop Video (DTV), maar als je beseft
dat
je voor een professionele kwaliteitsvideo (ongecomprimeerd) al
iets
van een Gigabyte opslag per minuut nodig hebt, dan is het
(nog) niet
iets voor een hobbyist in z'n achterkamertje. Het gaat om
snelle machines,
snelle harde schijven en liefst nog speciale videochips, en
hoewel
de PC steeds sneller wordt, blijken platforms als SGI en
andere UNIX-boxen
toch de voorkeur van professionele gebruikers te hebben.
Steeds vaker
wordt wel een Mac of PC als front-end gebruikt, maar heeft men
de
UNIX-achterban nodig om de opslag te regelen en voor de
benodigde
ultrasnelle netwerktaken.
Over naar digitaal
De basis van de non-lineaire editing is natuurlijk een
digitaal
signaal en dat kan gemaakt worden door digitalisering (en vaak
compressie)
of door direct digitaal op te nemen. Digitale TV heeft de
toekomst,
omdat het gemakkelijker te manipuleren is en met minder
verliezen
is over te zetten. Men stapt, vooral daar waar geld geen rol
speelt, over op digitale camera's en bewerking, maar de brede
massa
van de TV-makers volgt niet zo snel en blijft het op de oude,
analoge
manier doen. Dat komt ook omdat er een heel traject is, van
opname
naar uiteindelijk het TV-toestel in de huiskamer dat ook mee
moet
gaan, en dat blijkt moeizaam.
De videowereld weet al een tijdje dat de stap van het al
vrij oude
(meer dan 50 jaar) analoge videoproces naar een digitale
optekening
en bewerking in de lucht zit, maar men gaat vrij langzaam
overstag.
Het zou technisch gezien enorme voordelen hebben om het hele
traject,
dus videoregistratie, bewerking en afwerking tot aan de
uitzending
toe, digitaal te doen. Maar dat kost veel geld, voor digitale
opslag
en nieuwe camera's, editing-apparatuur en uitzendsystemen. Dus
is
er nu een soort overgangsfase, men werkt wel met digitale
camera's
zoals de Digital Betacam camera's van Sony, maar later in het
proces
gaat men terug naar analoog, al was het maar omdat de
uitzendingen
nog op de ouderwetse manier plaatsvinden. Pas als bijvoorbeeld
via
kabeldecoders ook het laatste stuk digitaal kan, en dan zo
bijvoorbeeld
4 kanalen digitaal in n kanaal analoog kunnen worden
gepropt, dan
is totale digitale verwerking effectief. Voor film gaat men
qua digitalisering
ook al erg ver, maar ook daar moet het uiteindelijk op 35 of
70 mm
lichtgevoelig materiaal worden gezet.
De innovatie gaat in een branche, die het uiteindelijk moet
hebben
van kijkers die echt niet zomaar een nieuw toestel kopen, heel
langzaam.
De overstap naar HDTV blijkt min of meer mislukt en een nieuwe
poging
om via de PAL-plus 16:9 breedbeeldtelevisie de consument te
verleiden
tot een betere kwaliteit is niet meer dan dat, een
goedbedoelde poging.
Compressie
Het toverwoord bij digitale video is compressie, al blijft
het
mooiste resultaat natuurlijk bestaan wanneer er niets wordt
samengepakt.
In de praktijk blijkt herhaaldelijk comprimeren en
decomprimeren toch
wat verlies te geven, reden waarom men voor
broadcast-kwaliteit liefst
binnen de 1:3 tot 1:10 compressie blijft. Digtal Betacam zit
met 1:2
aan de bovenkant, voor VHS-kwalitit kun je met 1:20 toe, voor
hi-8
is 1:8 haalbaar.
Compressie kan op verschillende manieren en omdat er voor
zogenaamde
real-time indikking allerlei speciale chips en algoritmes zijn
bedacht,
zitten we al met een hele reeks, zoals MPEG 1 en 2 en MJPEG.
En voor
zoiets simpels als een AVI, een digitaal filmpje dat je op je
PC kunt
afspelen, heb je bijna een naslagwerk nodig, zoveel
verschillende
compressietechnieken en formaten zijn er. Dat gebrek aan
standaardisatie
is verklaarbaar. Alleen de verschillende beeldformaten en
resoluties
van een PC-scherm lopen al in de tientallen en dan kun je voor
de
omzetting naar video ook verwachten dat het niet met een
simpele codering
gaat. Er wordt gewerkt op de grens van het haalbare, je kunt
met de
huidige hard disk net op de grens van de nodige 2mbps voor
redelijke
videokwaliteit komen, maar dan moet je wel wat trucjes
toepassen en
iedereen heeft zo z'n eigen oplossing bedacht.
Geen standaards
Het zijn niet alleen de computerboys die niet tot een heldere
standaard en implementatie daarvan kunnen komen, vrijwel
iedereen
heeft in de gaten dat er ook qua standaards voor televisie
nogal wat
wordt afgeruzied en daarom komt HDTV bijvoorbeeld niet uit de
startblokken.
In de professionele videowereld is het helemaal een rommeltje,
de
grootste of eerste wint en dus is er voor digitale video nu al
weer
een aantal semi-standaards, zoals de Sony digitale Betacam,
het nieuwe
Betacam SX van Sony, maar ook DCVPro van Panasonic en
Digital-S van
JVC.
Real-time vraagt snelheid en opslag
Om een redelijk beeldje te krijgen in bijv. 500 lijnen, daar
kun je
dan ook professioneel alle kanten mee uit, is er per beeldje
in 24-bits
kleur ongeveer 1 MB nodig. Dat 25 keer per seconde, dan zit je
al
op een datastroom van 25 MB ofwel 200 mbps. (even letten op
bits en
bytes). Dat kan worden gecomprimeerd tot iets van 2 (hobby)
tot 60
mbps en dat is dan weer gauw iets van een Gigabyte per minuut
voor
de professionele video-opname. Dat moet dus met die snelheid
worden
vastgelegd (met speciale AV-drives lukt dat wel) en
teruggespeeld
(vergeet cache en write-controle maar), maar bij bewerking op
verschillende
plekken ook verplaatst kunnen worden. Een en ander houdt in
dat de
opname-packs achterop die digitale camera's (dat zijn dus
gewoon ultrasnelle
harde schijven) een paar Gigabyte groot moeten zijn en dat je
bij
editing op verschillende plekken met een 100-mbps netwerk nog
steeds
niet even snel mee kunt kijken met je buurman.
Videoservers
Wie aan digitale video wil doen, heeft dus veel, erg veel
opslag
nodig - naast een snel netwerk - en daar zijn speciale
videoservers
voor ontwikkeld. Zeker voor `broadcast'-kwaliteit met een
minimale
compressie van niet meer dan 1:3 of 1:4 heb je stapels hard
disks
nodig, die dan meestal in RAID-opstellingen worden gebruikt.
Leveranciers
zijn onder meer HP met de videoserver, Avid met de
MediaServer, Tektronics
met de Profile, Accom met de Brontostore, Quantel met de
Clipbox en
ook Sony heeft dergelijke systemen.
Software: Avid
Software blijkt ook bij video vaak de sleutel tot de
toepassing
en het bedrijf Avid heeft hier duidelijk een sleutelrol in
gehad.
Avid ontwikkelde software, die non-lineair editing haalbaar
maakte
en al zijn er nu allerlei concurrenten op diverse platformen,
Avid
blijft marktleider. De Avid editing- en montagesoftware draait
op
zware Mac's, PC's en SGI-machines, maar de sterke positie van
dit
bedrijf blijkt onder meer uit het feit, dat men nu samen met
hardware
(Camera) fabrikanten, zoals Ikegami, de nieuwste generatie
registratie-apparatuur
ontwikkelt. Daarbij zijn in de DNG (Digital News Gathering)
systemen
van Ikegami geen tapes meer nodig, maar gaat alles direct op
de hard
disk, die als packs achterop de camera gemonteerd worden. Per
hard
disk kan er iets van 15 tot 20 minuten worden opgenomen in de
zogenaamde
broadcast-kwaliteit, waarbij men 700 - 800 horizontale
beeldlijnen
haalt. Wie meer wil weten, de internet sites zijn:
http://www.datacom.de/ avid/user-group/links.html
voor Avid related links
http://www.weiland.co.at/ HTMLpages/Avid_ Ikegam i_E.html
http://www.calvin.edu/ av/cvp/avid.htm
voor AVID-L FAQ
Newsgroup: rec.video. desktop
Professionele
systemen
Naast Avid komen we namen tegen als Inmix met VideoCube voor
broadcast-kwaliteit
tegen broadcast-prijzen met een Mac als front-end voor een
speciaal
ontwikkeld computersysteem.
Op de PC of Mac
Nu hoeft het allemaal niet direct op de allerduurste manier.
Non-lineair
editing kan ook op de Mac of de PC. De software (bijv. Adobe
Premiere
of Ulead Movie Studio) is er en het hangt van de snelheid van
je PC
en de speciale video/bewerkingskaarten af of daar hobby of
semiprofessionele
kwaliteit mee gemaakt kan worden. Voor een paar duizend gulden
kun
je (met Fast of Miro, zie reviews in CI) een eind komen, maar
voor
echte produkties die verder gaan dan wat leuke clips ben je
snel tegen
de tien mille aan de videokaart kwijt.
De stap van de ongeveer 350 beeldlijnen van dergelijke kaarten
naar
volledige PAL-resolutie in 25 fr/s vraagt ook meer geheugen,
snelheid
en een snelle disk-IO. De Fast Video-machine DPR is zo'n
high-end
oplossing. Het kan veel duurder, een Media 100 of
Radius-systeem met
een snelle Mac met 40-MB RAM en adequate opslag kost gauw een
halve
ton. D-Vision is voor de PC iets goedkoper qua hardware.
Hybriede
Alles digitaal is voor de meeste gebruikers nog iets te veel
van het
goede, bovendien zit men meestal met stapels goedwerkende
analoge
systemen waar al wel digitale mengers en zo tussen staan, maar
zonder
`band' doe je niet veel in de gewone videowereld. Vaak wordt
een deel
van het werk, met name titels en speciale effecten, dan
afgewerkt
op een PC in een digitale omgeving, maar wordt later weer
keurig op
tape gezet.
Non-lineair editing is, samen met een verdere digitalisering
van het hele videotraject, een fors groeiende markt waar zowel
voor
hardware als softwareleveranciers voorlopig nog veel te doen
is.