Op weg naar een nieuwe interface
Adobe PageMaker 6.0
Als standaard op het gebied van pagina-opmaak moest PageMaker met
de komst van Windows 95 door Adobe wel opgewaardeerd worden tot een
32-bits applicatie, ook al is het daarmee nog niet wat het zijn
moet. Enkele nieuwe functies in het programma verraden al iets van
de toekomstige interface. Intussen heeft de gebruiker de
beschikking gekregen over een hulpmiddel dat volledig voor de
modernste prepress-technieken is ingericht.
Sinds de fusie met Aldus en de overname van Frame Technologies
beschikt Adobe over twee geavanceerde, maar zeer verschillende
paginaopmaaksystemen: PageMaker en FrameMaker. Voor beide pakketten
lijkt een markt te zijn weggelegd. Waar het eerste uitmunt in het
bieden van gereedschappen om al millimeterend tot een verantwoord
vormgegeven grafisch produkt te komen, daar blinkt het tweede uit
in de stroomlijning van de produktie van omvangrijke, technisch
geaarde publicaties. De vraag is of daarmee de voornaamste
concurrenten, Quark XPress en Corel Ventura, blijvend het hoofd
geboden zal kunnen worden.
Functies
Adobe PageMaker bevindt zich op het moment in hetzelfde
ontwikkelingsstadium als dat waarin Ventura Publisher verkeerde,
kort na de overname door Corel. Het heeft nog het uiterlijk van het
oude, om niet te zeggen verouderde programma, maar enkele
toegevoegde nieuwe functies verraden al iets van de richting waarin
het verder ontwikkeld zal worden.
Het is opvallend hoezeer die nieuwe functies gebaseerd zijn op de
standaards waarmee Adobe en Aldus de revolutie die `desktop
publishing' heet mogelijk hebben gemaakt. Aan de ene kant is dat
PostScript, met alle afgeleiden daarvan, en aan de andere kant het
Tagged Image File Format. Daarnaast zijn de gevolgen van de
afspraken die de laatste jaren door beide bedrijven met Kodak zijn
gemaakt goed merkbaar. De werking van het programma zelf is slechts
in die zin veranderd dat enkele typische object georiënteerde
opdrachtmogelijkheden aan de menu's zijn toegevoegd.
Kleurbeheer
Met de implementatie van het Kodak Precision Color Management
System (KPCMS) is Adobe PageMaker 6.0 de eerste lay-out-applicatie
dat een platform-onafhankelijke standaard voor kleurbeheer
ondersteunt. De `color tags' die het KPCMS aan een digitaal beeld
meegeeft kunnen namelijk door verschillende toepassingsprogram-ma's
op verschillende systemen gelijk worden geïnterpreteerd, zodat
consistentie van kleur gewaarborgd is. De werking van een
kleurbeheersysteem is behalve voor consistentie van kleur van
belang voor de conversie van tinten die gedefinieerd zijn in de
RGB-ruimte (zoals bij scanners) in die welke beschreven worden
volgens het CMYK-model (zoals bij kleurenprinters). Op die manier
is het niet alleen mogelijk adequate kleurscheidingen te genereren,
maar ook om een indruk vooraf op het beeldscherm te krijgen. Het
KPCMS baseert zich daarbij op de karakteristieken van
randapparatuur, zoals die zijn vastgelegd in zogenaamde `precision
transforms'. Telkens wanneer er in PageMaker iets wordt in- of
uitgevoerd heeft de gebruiker de mogelijkheid zo'n PT op te geven.
@# Kop Klein=Photo-CD
De gewoonte om voorop te lopen met het inbouwen van nieuwe digitale
technieken bleek reeds in 1993, toen met PageMaker 5.0 direct þ in
plaats met behulp van een conversieprogramma - Kodak Photo-CD's
benaderd konden worden. Wanneer PCD-bestanden echter zonder meer
door een grafisch pakket worden ingelezen vertonen ze een
kleurzweem die voor professionele doeleinden onacceptabel is.
Dankzij het KPCMS kunnen dergelijke afwijkingen in PageMaker 6.0 nu
automatisch worden gecorrigeerd en verscherpt. Bovendien is het
mogelijk Photo-CD's in Lab-TIFF op de harde schijf op te slaan.
HiFi Color
Een van de manieren om een kleur tijdens het verwerkingsproces niet
verloren te laten gaan is het vooraf kiezen van een tint uit een
waaier of staalboek waarvan de reproduceerbaarheid gegarandeerd is.
Bekende, gepatenteerde collecties worden þ voor steun- zowel als
proceskleur þ uitgegeven door Pantone, Focoltone, TruMatch etc.
Nieuw in PageMaker 6.0 is de ondersteuning van gepredefinieerde
kleuren die niet uit vier, maar uit zes basisinkten worden
samengesteld. Deze worden HiFi Color of Pantone Hexachrome genoemd
en maken dat het bereik van het CMYK-model vergroot wordt. Tevens
voorziet het programma in de mogelijkheid speciale inkten te kiezen
waarmee pastel, metaal of anderzins fluorescerende materialen
nagebootst kunnen worden.
Overvul
De laatste produkten die nog door Aldus werden uitgebracht waren
`prepress'-hulpmiddelen, zoals PressWise en TrapWise. In PageMaker
6.0 werden een aantal functies van laatstgenoemd pakket aan de
reeds aanwezige kleurscheidingsroutines toegevoegd. Zodoende kunnen
gebruikers nu een aantal variabelen invoeren die de kwaliteit van
de films bepalen. Het overdrukken van zwarte tekst op een
gerasterde achtergrond - bijvoorbeeld - is wenselijk zolang het om
kleine corpsen gaat, maar kan bij grote letters storende
neveneffecten veroorzaken. In het overvul-menu is het mogelijk op
te geven bij welke grootte dient te worden overdrukt en bij welke
niet. Het eigenlijke overvullen (een techniek waarbij de
grensovergang tussen twee kleuren iets wordt aangedikt, zodat ze
tijdens het drukken goed op elkaar aansluiten) kan met behulp van
hetzelfde menu worden geautomatiseerd.
Afdrukken
Niet altijd zal men alles wat op een pagina staat ook afgedrukt
willen zien, bijvoorbeeld als het gaat om het snel even uitdraaien
van de opgemaakte tekst zonder de illustraties of om aantekeningen
die niet voor publicatie bestemd zijn. PageMaker 6.0 stelt
gebruikers dan ook in staat objecten van een niet-afdrukken kenmerk
te voorzien.
Daarnaast voorziet het printmenu in de mogelijkheid twee tegenover
elkaar liggende pagina's, oftewel `spreads', op één vel
(bijvoorbeeld twee A4-tjes op een A3) te positioneren. Een
`preview'-venster geeft bovendien uitsluitsel over de vraag of een
bladzijde wel binnen de bladspiegel van het uitvoermedium past.
Printerinstellingen die regelmatig terugkeren laten zich met behulp
van stijlen vastleggen, zodat vergissingen makkelijker kunnen
worden uitgesloten.
OPI
Teneinde de verwerking van hoge-resolutie scans tijdens het
proefstadium zo soepel mogelijk te kunnen laten verlopen vulde
Aldus de specificaties voor het TIF-formaat aan met die voor Open
Prepress Interface (OPI). Deze bestaan uit commentaarregels die
OPI-servers in staat moeten stellen een opgeslagen bestand terug te
vinden en in de gewenste resolutie in de uitvoer naar een
PostScript-RIP op te nemen. In de praktijk blijken die
commentaarregels echter soms dermate diep in een TIFF of EPSF
genesteld te zitten dat de server er de weg door kwijt raakt.
PageMaker 6.0 gedraagt zich in dit verband als OPI-lezer zowel als
-schrijver. Dit houdt in dat het programma in staat is verborgen
commentaren op te graven en ze in een logische volgorde weer weg te
schrijven.
Vanzelfsprekend is het programma ook in staat alle ruimte die het
TIF-formaat biedt te benutten. In alfakanalen vastgelegde maskers
resulteren probleemloos in vrijstaand gemaakte foto's.
Interface
Omdat PageMaker 6.0 het produkt is van het huwelijk tussen twee
toonaangevende prepress-giganten is het in produktietechnische zin
misschien wel het beste grafische pakket van het moment. Of dat ook
voor de gebruikersinterface geldt valt evenwel nog te bezien.
Vergeleken met andere, voor Windows 95 geoptimaliseerde applicaties
doet het gedateerd aan. De rechtermuisknop biedt geen versnelde
toegang tot menu's, nergens zijn drukknoppen of interactieve
rolvensters voorhanden en naar een `preview' functie voor te
plaatsen illustraties zoekt men tevergeefs.
Stramienpagina's
Lay-out-programma's, die zonder onafhankelijk stijlblad (zoals
Ventura die gebruikt) werken, zijn voor de stroomlijning van een
grafische produktie genoodzaakt de opmaak op zogenaamde `master'-
of stramienpagina's te baseren. Op een stramienpagina worden
algemeenheden als zetspiegel, aantal kolommen en voetregels
vastgelegd. Zonder dat zouden gebruikers iedere bladzijde en ieder
daarop voorkomend element afzonderlijk dienen aan te passen. Het
maken van zo'n basis vergt de nodige zorgvuldigheid, omdat
vergissingen zich wreken. Een wijziging van de kolombreedte -
bijvoorbeeld - zou achteraf alsnog een handmatige aanpassing van de
geplaatste tekst- en illustratie-elementen per bladzijde vergen.
In PageMaker 6.0 is het mogelijk geworden meerdere stramienpagina's
(maximaal 256) in een document toe te passen. Kenmerkend voor de
vernieuwingen die het programma heeft ondergaan is dat deze niet
als icoon linksonder in beeld komen, maar oproepbaar zijn in een
afzonderlijk palet. Waarschijnlijk biedt dat een proefje vooraf van
wat uiteindelijk de interface van versie 7.0 gaat worden.
Object georiënteerd
Datgene wat voor het overige aan het uiterlijk gewijzigd is heeft
voornamelijk betrekking op typische object georiënteerde
opdrachten. Wie enige ervaring heeft met lijntekenapplicaties
herkent de opties voor het groeperen, vast zetten, van volgorde
veranderen en uitlijnen van elementen. Van sommige functies is het
onvoorstelbaar dat die vroeger niet bestonden, zoiets als een
vergrootglas-instrument had er natuurlijk allang eerder in hebben
moeten zitten (in plaats van verstopt te zitten onder een
toetscombinatie).
Een ander nieuw instrument op het gereedschapspalet stelt
gebruikers in staat veelhoeken en stervormige objecten te tekenen.
Geometrische vormen kunnen bovendien worden benut als masker voor
onderliggende voorstellingen. Dit voegt een extra mogelijkheid toe
aan het plaatsen van foto's met onregelmatige tekstomloop; het
onderwerp kan er geheel vrijstaand door worden gemaakt.
Werkruimte
Een van de eigenaardigheden van PageMaker is altijd geweest dat
venster- en zoominstellingen per bladzijde met het document werden
opgeslagen. Dit concept is in versie 6.0 verder uitgewerkt. Behalve
het gezicht op een pagina worden nu ook de afmeting en de positie
van ieder palet bewaard. Daarnaast is het mogelijk de instellingen
van de zo noodzakelijke hulplijnen en het magnetisch raster
afzonderlijk op te slaan. Wat in andere programma's altijd al heel
gewoon was, namelijk dat recent bewerkte documenten in een lijstje
worden opgesomd en van daaruit onmiddellijk oproepbaar zijn, is nu
ook in het bestandsmenu terug te vinden.
Overdraagbaarheid
De meest in het oog springende stempel die Adobe op PageMaker heeft
gedrukt is de inbouw van een PDF-exportfilter. Daardoor kunnen
documenten, met behoud van hun grafische eigenschappen, in een
platformonafhankelijk bestandsformaat worden weggeschreven. Voor
uitgevers wordt het op die manier heel makkelijk om publicaties
langs elektronische weg (CD-ROM of Internet) te verspreiden. Het
Portable Document Format is, in navolging van PostScript, hard op
weg een wereldwijd geaccepteerde standaard te worden. Het voorziet
in specificaties voor hyperlinks' (sleutelwoorden die gekoppeld
zijn aan tekstblokken elders in een document), bladwijzers,
aantekeningen en leesrichtinggeleiders.
Ook voor het creëren van World Wide Web-pagina's voorziet PageMaker
6.0 in een hulpmiddel, HTML Author Plug-in.
Insteekmodules
In plaats van het programma fundamenteel met nieuwe functies uit te
breiden werden aan versie 5.0 een aantal `add-ons' toegevoegd. Dat
waren in feite macro's die de gebruiker een aantal karweitjes van
uiteenlopende aard, zoals het maken van beginkapitalen of
`bullets', uit handen namen. In PageMaker 6.0 worden ze
insteekmodules of `plug-ins' genoemd. Ze werken hetzelfde, maar dan
sneller. Zo is er een insteekmodule om hulplijnen mee te
manipuleren, om `scripts' voor de tekstverwerker te schrijven en om
Adobe Photoshop-filters toe te passen.
Door niet onmiddellijk toe te geven aan allerlei modegrillen heeft
Adobe voorkomen dat de vaste gebruikers werden afgeschrikt. In
essentie blijft PageMaker 6.0 een tamelijk tam opmaakprogramma
waarmee, zoals vroeger, stroken zetwerk op papier kunnen worden
geplakt. Dát overboord zetten zou van grafisch ontwerpen een heel
ander vak hebben gemaakt.
Robert Kooijman