next -index- prev

Digitale Depressie

De opstelling

Voetbaltrainer Henk Buisman staarde naar het beeldscherm. Langzaam ging hij alle spelers af en probeerde voor zichzelf een indruk te krijgen van de beste tactiek voor aanstaande zaterdag. Het had heel wat moeite gekost om de voorzitter ervan te overtuigen dat het absoluut nodig was om het Ajax-softwarepakket aan te schaffen. Hiermee namen ze volgens Henk een voorsprong op alle concurrenten. De voetbalclub Ajax had dit jaar een programma op de markt gebracht waarmee 'iedere tegenstander verslagen kon worden'. Zo had het tenminste in de advertentie gestaan. Het programma kostte maar liefst ƒ 1200,-, maar Henk had gelijk gezien dat het werkelijk uniek was. Ajax gebruikte het zelf ook, hadden ze geschreven. Je kon er niet alleen van alles mee registreren, maar ook analyses maken van bepaalde opstellingen. Sinds zes weken hadden ze het geautomatiseerde systeem nu ingevoerd bij MGSW (Met Genoegen Scoren Wij), de club van Henk. Het was nog niet eens eenvoudig geweest om het programma te installeren, want de oude computer van de club bleek niet eens voldoende geheugen te hebben om het programma te laten draaien. Gelukkig had de penningmeester zijn eigen PC beschikbaar gesteld. Dat was een 486, dus dat was geen probleem. De computer stond nu in het kantoortje van Henk, waar de trainers zich mochten omkleden. En nu was hij bezig met het maken van de opstelling voor aanstaande zaterdag. Langzaam ging hij de gegevens van de spelers langs. Gerard de Groot, zijn linkerspits, was vorige week 33 keer in balbezit geweest, waarvan hij 20 keer iets goeds gedaan had, 7 keer iets slechts en 6 keer iets daar tussen in. Opvallend was dat hij slechts 8 keer de bal met zijn linkervoet aangenomen had en alle andere keren met rechts. Vreemd, dacht Henk, voor een linkerspits. Met de muis klikte hij op de gegevens van zijn laatste man Huub van Os. Hé, dat was opvallend, Huub had in de eerste zes wedstrijden van het seizoen maar liefst vijf keer tegen de paal gekopt. Via het menu vroeg Henk een overzicht van de momenten waarop dat gebeurd was. Onmiddellijk kwam het op het scherm. Dat was gek, het was maar liefst 4 keer in de eerste helft gebeurd, waarvan drie keer uit een corner van Pieter Bijlsma. Henk maakte een aantekening, alle corners in de eerste helft voor Bijlsma en Van Os mee naar voren. Het middenveld gaf nog steeds problemen. De omschakeling van verdediging naar aanval kostte altijd te veel tijd, vond Henk. Hij tikte de namen van zijn drie middenvelders in en gaf de computer opdracht om te bekijken wie in de voorgaande wedstrijden het meeste balcontact had gehad. Daar was het antwoord. Hoe was het mogelijk, die kleine Bert Leuvelink had in zijn eentje evenveel balcontact gehad als Paulussen en Bertens samen. Dat moest hij onderzoeken. Hij klikte op de algemene gegevens van Leuvelink en keek naar het scherm. Op het eerste gezicht viel hem weinig op, of...dat was vreemd, Leuvelink had in de eerste drie wedstrijden van het seizoen gemiddeld 80 keer de bal gehad in een wedstrijd, terwijl hij in de tweede serie van drie gemiddeld slechts 50 keer per wedstrijd aan de bal kwam. Dat was interessant. Henk besloot om voor de wedstrijd met Leuvelink te praten. Misschien zat hij in een dalletje. Of misschien was hij niet scherp? Dat hoorde je zo vaak over voetballers. Henk Buisman verplaatste zijn aandacht naar de voorhoede. Hij tikte de naam van zijn spits Kootje Biels in. Op het eerste gezicht kon hij niets bijzonders ontdekken aan de gegevens. Hij gaf het programma opdracht om een neutrale analyse te maken. Dat was een toepassing waar Ajax het patent op had. Daarmee kon je de meest vreemde verbanden ontdekken. Je moest natuurlijk zelf wel alle variabelen invoeren maar het programma deed de rest. De analyse duurde bijna een minuut en toen kwam het resultaat op het scherm.
  • `1. Bij alle doelpunten die Biels gemaakt heeft waren zijn kousen afgezakt'
  • `2. Biels wordt na zijn doelpunten nooit gefeliciteerd door Van Os.'
    Dat was merkwaardig, dacht Henk, dat was hem nooit opgevallen. Hij besloot dat Biels voortaan altijd met afgezakte kousen moest spelen. En die felicitaties van Van Os, dat zou Henk hem wel inpeperen. Biels was een gevoelige jongen, dus dat konden ze niet hebben. Henk voerde de laatste details over het veld, de weersverwachting en de tegenstander in, en drukte op 'Opstelling'. Daar kwam de opstelling in beeld. Een 4.4.2.-systeem was het dit keer. Hij moest 10 minuten na rust De Groot wisselen voor Goemans, en 5 minuten voor tijd Jansen nog inbrengen. Bij iedere speler stond een lijstje met concrete opdrachten. Hij keek nog even bij Biels : Terugverdedigen bij de zestien, regelmatig het gat ingaan, diepe ballen afleggen en vooral de ruimte benutten. Prima, dacht Henk, dat had ik zelf kunnen verzinnen. Hij drukte op het mailcommando en wist dat iedere speler nu via het modem de opstelling en het lijstje met taken zou ontvangen. Dat was mooi gepiept, want volgens de computer zouden ze met 2-1 winnen. Hij zette de PC uit. In het donker van zijn kantoortje staarde hij voor zich uit. Als zijn jongens het nou maar oppikten. Ze waren tenslotte gemiddeld pas 9 jaar.