next -index- prev

G & VZ

Het verschil tussen leven en geleefd worden heet tegenwoordig GroupWise, en het komt bij Novell vandaan. Het is de opvolger van WordPerfect Office en belooft meer te zijn dan alleen maar een e-mail pakket. Tijdens het organiseren van een afspraak kun je nu niet alleen je eigen elektronische agenda raadplegen en bijwerken, maar ook die van je collega's. Persoonlijk ambieer ik al jaren de functie van `topman'. Bij AKZO en Fokker schijnen ze rond te lopen, volgens het NOS-journaal. Het voordeel van topman zijn is, dat je een secretaris (m/v) hebt, die je agenda bijhoudt en vertelt wanneer je een afspraak hebt, met wie, en wat je er moet gaan zeggen. Dat lijkt mij een luizebaan. Er hoort dan ook bij dat de secretaris (m/v) jouw agenda beheert. Nou vooruit dan maar. Maar bij Novell vinden ze kennelijk dat ook gewone kantoorjochies elkaars agenda moeten gaan beheren. Al dan niet via het netwerk. Dat is niet leven: dat is geleefd worden. En dat vind ik een eng idee.

Kort geleden kwam een nieuwe Willibrordvertaling van de bijbel op de Nederlandse markt. Ik hoorde het op de radio vertellen door een enthousiast iemand. Hij gaf aan dat deze vertaling beduidend vrouwvriendelijker was dan de versie uit de vijftiger jaren. Ogenblikkelijk dacht ik aan Joh. 2:4 waarin Jezus tegen een serveerster zegt: `Vrouw, wat heb ik met u te maken?' Dat kon wel eens mooi vertaald gaan worden als `Geachte medewerkster, ik verschil hierover met u van inzicht. Kunnen wij hierover een rondetafel-gesprek voeren zonder voorwaarden vooraf?'

Het bleek loos alarm (of ijdele hoop, dat ligt aan uw voorkeur). Overal waar de bronteksten dat toelieten is `Broeders !' veranderd in `Broeders en Zusters!' en wordt de term `mens' nu vaker ingezet waar voorheen `man' werd gebruikt. Een wassen neus. Er zit een fopspeen bij: in het Nederlands is het woord `mens' gewoon mannelijk. Met uitzondering van `dat mens', dat juist altijd naar iets vrouwelijks verwijst.

In elk geval zette het mij weer even aan het denken over het merkwaardige taalgebruik dat we bij de helpdesk hebben. Als we de interactie tussen de gebruiker en onze software beschrijven, dan praten we steeds over `hij' zodra we het programma bedoelen. Bijvoorbeeld: `Indien u zus of zo goed invult, dan zal HIJ wel de juiste...' En dat is gek. Want `computerprogramma' is taalkundig gezien onzijdig en de onvoorspelbaarheid, de prijs en de benodigde ontwikkeltijd (voor de spiegel zal ik maar zeggen) doen geloven dat het iets vrouwelijks heeft. En toch praten we over `hij'.

Op zo'n moment grijp ik de Woordenlijst Nederlandse taal (het `groene boekje') erbij om te zien hoe we er nu echt voorstaan. In de praktijk weet ik het wel: de automatise-ringsbranche is een mannenwereld. De enkele vrouw die ik er tegenkom is vaak goed tot zeer goed vergeleken met haar mannelijke collega's. En meestal veel aantrekkelijker en vriendelijker. Daar zal wel een wetmatigheid achter zitten die alleen voor de automatisering geldt, want met bijvoorbeeld vrouwelijke politici is het weer anders gesteld. Maar terzake. Hoe staat de man/vrouw verhouding in de automatisering er taalkundig gezien voor?

Buitengewoon slecht. Het woord `computer' is mannelijk. Zoals Adam de eerste man was, zo is de automatiseringssector (m) met de uitvinding (v) van de computer (m) begonnen. Maar toen kwam Eva... Soms kan het nog alle kanten op met het automatiseringsproject (o), maar zodra er eenmaal voor de juiste hardware (m) en software (m) is gekozen, is behoudens een uitzondering voor het vernuftige zoals computerkraak (m), alles maar dan ook alles vrouwelijk. Niet alleen de vaktermen zoals assemblage, backup, computerfraude, compilatie, defragmentatie, database, extensie, file en ga zo het hele alfabet maar af; ook de alledaagse woorden zoals procedure en schijf blijken opeens vrouwelijk te zijn. Kijk het maar na!

En dat heeft iets engs. Iets van een latent gevaar. Iets dat je altijd al hebt aangevoeld en opeens bevestigd ziet. Laat ik zeggen: zoiets als naast de Toren van Pisa staan en dan een waterpas in handen geduwd krijgen door De Vakantieman. Haast net zo eng als collega's die in je agenda gaan zitten krassen met GroupWise.

`Kasper is geen computer! Je moet je paard ook even belonen!' roept rij-instructeur Janneke vanuit het midden van de ``bak'' waarin ik met het jonge paard Kasper over wat kleine hindernissen spring. `Bij je computer hoef je alleen maar het knopje in te drukken en dan doet-ie het,' vervolgt Janneke, `maar met een paard gaat dat anders.'

Het is duidelijk dat Janneke meer verstand heeft van paarden dan van computers. Ik heb vaak het idee dat Kasper, een grote bruine ruin, beter loopt dan mijn grijze DX4-100 thuis. Kasper (foto's en meer over hem op mijn homepage) is doorgaans een goedmoedige reus maar hij heeft weleens jeugdige kuren. Een streng woord of een zacht tikje met de zweep is dan voldoende om hem tot de orde te roepen terwijl de kuren die mijn computer bedenkt bijna niet zijn te bestrijden. Een klap met een zweep zal de PC niet op andere gedachten brengen en op stevige `beenhulp' zou de systeemkast reageren met een algehele instorting. Af en toe zou het wel fijn zijn om een stevige ram op de PC te geven... ik zal een paar voorbeelden noemen.

Laatst kreeg ik op CD het programma `Flight Unlimited' van Looking Glass Technologies. Een schitterend produkt, vooral voor zweefvliegers die er op regenachtige winterdagen mee kunnen wegdromen naar de thermiekrijke heldere lentedag. `Flight Unlimited' vergt voor het realistisch berekenen van vlieggedrag een snelle processor, liefst een pentium en ook voor het overige moet de computer `state of the art' zijn om de vlucht op de hoogste resolutie en met het beste geluid te beleven. Je mist natuurlijk altijd dingen met een flight simulator --- je kunt alleen `om je heen kijken' zolang je recht naar het beeldscherm staart en de G-krachten moet je er zelf bijdenken, maar dit wordt gecompenseerd door een paar features die je in het werkelijke leven moet missen. Zo is er de crash, die ik zelf zoveel mogelijk vermijd als ik in een echt zweefvliegtuig boven Terlet vlieg. In `Flight Unlimited' klinkt, als ik het toestel teveel belast, een dreigend gekraak van vleugels en romp voordat het toestel in de lucht uiteenvalt (vliegt er een instructeur mee, dan bewaart deze tot het laatst zijn kalmte en zijn stem geeft via de soundblaster nog reddende tips, maar op het moment van neerstorten krijst hij het uit). Gelukkig is er de `miracle mode' waarmee het in slow-motion uiteenvallen van het toestel kan worden teruggedraaid tot enkele ogenblikken voor de crash, wanneer er nog iets te redden valt. Verder wordt het gemis aan het wonderlijke gevoel dat je krijgt als je een thermiekbel binnenvliegt, goedgemaakt door `zichtbare' thermiekbellen, zodat de simulant niet vergeefs in het rond tast. Vanaf enige hoogte is het uitzicht magnifiek, alsof je door een driedimensionale foto vliegt, maar op lagere hoogtes is het landschap steeds schematischer en dan is het zelfs goed mogelijk om op een bos te landen, als de landing maar netjes wordt uitgevoerd. Het sterke programma is vaak humoristisch. Sommige dingen (stunts) zijn eenvoudiger dan in het ware leven, maar starten en landen vind ik in het echt gemakkelijker. Voor iemand die wil leren zweefvliegen kan het programma veel eerste weetjes en basisbegrippen duidelijk maken, waardoor in het begin van de opleiding op een aantal dure instructievluchten kan worden bezuinigd. Daarnaast heeft `Flight Unlimited' een paar motorvliegtuigen waarmee stevig door het luchtruim kan worden geragd.

Maar dan het probleem. Ik had op mijn huidige PC nog nooit een joystick aangesloten, terwijl dat met een flight simulator wel raadzaam is. Ik kocht er een van Gravis en ontdekte dat ik twee gameports had: een van de soundblaster en een van de multi-i/o kaart. De ellende begon. De twee aansluitingen bleken elkaar niet te verdragen en geen van beide kaarten wilde zich zo laten configureren dat de gameport uit stond. Hoe langer ik hiermee streed, hoe meer het systeem steigerde, tot ik er ten einde raad mee naar de computerwinkel terugging. De slimste en kalmste werknemer daar, toepasselijk Rob Koel genaamd, begon vol vertrouwen te sleutelen, maar het aantal conflicten op diverse poorten nam alleen maar toe, tot de computer niet eens meer wilde opstarten. Koel bleef cool, want schoppen helpt niet en uiteindelijk bouwde hij een nieuwe computer met slechts een deel van de oude plus veel nieuwe hardware. En ja, het werkte nu, ik kon computerzweven. Maar wat een werk, tijd en kosten voor een computerspelletje! Daarbij vergeleken is paardrijden een makkie.

Ik wenste dat de PC-kast voorlopig niet meer open hoefde, maar zoiets is natuurlijk ijdele hoop. Nu was de oorzaak het bestaan van backup-programma's. Een paar maanden geleden kocht ik NovaBack van NovaStor om onder OS/2 volledige backups te kunnen maken terwijl het systeem gewoon doordraait. Het werkte, maar niet altijd en bovendien werkte het traag. De handleiding vertelde dat een FC20 floppy controller snelheidswinst kon brengen, dus ik schafte er zo een aan. Over de benodigde poortinstellingen vertelde de manual dat deze moesten worden gespecificeerd, maar ook dat deze niet moesten worden gespecificeerd en tevens dat het vermelden van de poort niet van belang is. In de praktijk bleek dit te moeten worden gelezen als: `Het maakt niet uit wat u doet, het werkt toch niet.' Wat is het fijn dat er een Internet bestaat en dat ik direct in contact kon treden met Martin Fryc van NovaStor! Van hem kreeg ik het FTP-adres waar ik de nieuwste versie van NovaBack kon halen. Deze nieuwe (beta-)versie zag er oogverblindend mooi uit. Een heel ander programma dan ik oorspronkelijk had aangeschaft. Een sieraad op de harde schijf, alleen: het werkte niet met de FC20 en trouwens ook niet meer met de oude floppy controller. Met Martin Fryc liep de conversatie intussen gesmeerd, al bleef het wat onderwerp betreft, in afwachting van nieuws van de ontwikkelafdeling, beperkt tot bespiegelingen over de teloorgang van downtown Los Angeles.

Omdat ik hierdoor al een paar maanden geen backup had kunnen maken, kocht ik het gloednieuwe BackMaster in 2.0-versie. De industrie moet door een moeilijke tijd worden heengeholpen en daarom is het verstandig twee programma's te kopen voor een doel, in de hoop dat een ervan werkt.

Op de oude trage floppy controller werkte BackMaster prima, zij het, raadselachtig, via een ander poort-adres dan die waarop de floppy controller bij een DOS-boot aanspreekbaar is. De FC20, volgens de manual eenvoudig te gebruiken, bleek niet te werken. Een genummerde foutmelding vertelde dat de tape unit niet kon worden aangesproken. Nu deed een inlegvel, op het laatste moment meegezonden, al een beetje nerveus over de FC20 en op de README file van de installatiefloppy stonden ook dermate veel tips en hoopvolle sugges-ties dat de gespannen onzekerheid van de programmeurs tot boven mijn toetsenbord voelbaar was.

Ik stelde een pisnijdige faxbrief op voor hun baas en bereidde een ellenlange lijst voor van mijn hardware met alle IRQ-, DMA- en poortadressen. Het OS/2-systeemprogramma RMVIEW is hiervoor erg handig. Ik startte het achtereenvolgens met elke mogelijke parameter en leidde de uitvoer naar een aantal tekstbestanden. RMVIEW rende langs alle poorten, ramde op elk geheugenblok en bevoelde ieder IRQ. Daarna klikte ik nog een keer op BackMaster om het nummer van de foutmelding te noteren en... HET WERKTE!

Janneke had het helaas bij het verkeerde eind. Op een paard kun je rekenen, zolang je vriendelijk en consequent bent. Een computer is een zielige gokkast. Als je geluk hebt, werkt hij ooit voor je, maar je moet bereid zijn om er telkens weer veel geld in te gooien.

~Frans Goddijn & Peter van Zeeland goddijn@fgbbs.iaf.nl http://www.pi.net/~fg