
Jac Trum, een goede vriend die niet bang is om langs de
`cutting edge' van nieuwe technologie te gaan, stuurde me het
verslag
van een kleine ramp:
* * *
¨Kennen jullie het programma Power Point van MS? Prachtig
programma,
waarmee je op de computer een hele dia show kunt maken, die
vervolgens
via een computerprojector voor een gezelschap of een hele zaal
kan
worden afgedraaid.
Ik had wel eens een presentatie met dat programma bewonderd en
het
programma (zit in mijn Microsoft Office Professional suite) op
de
computer bekeken, maar er nog nooit wat mee gedaan.
Nu moest ik twee weken achter elkaar een inleiding houden voor
de
Rabobank. Vorige week donderdag voor kredietadviseurs en
directeuren
en vanmiddag voor allerlei externe relaties van de Rabobank,
waaronder
de pers. Dat alles met als doel de opleiding van de Ondernemers-academie
via de Rabobank te gaan `verkopen'. Via alle Rabobanken in de
wijde
omgeving kun je je voor onze `Basiscursus ondernemerschap'
inschrijven.
Vorige week had ik mijn inleiding begeleid met een overheadsheet presentatie,
waarop wat logootjes en statistiekjes. Maar voor een grote
zaal met
een paar honderd mensen werkt dat niet echt. Dus vroegen ze me
of
ik voor de inleiding deze week een Power Point presentatie kon
maken.
Dan zouden zij wel voor de benodigde projectie-apparatuur
zorgen.
``Natuurlijk kan dat'' zei ik achteloos...
Gisteravond dus vrij gehouden, want ik moest die presentatie
nog `even'
maken. Om 20.00 uur al begonnen, zodat ik tijd genoeg had.
Nu ben ik een redelijke perfectionist in dat soort dingen, dus
de
voorgeprogrammeerde mogelijkheden van Power Point waren mij
niet goed
genoeg. Dit moest iets heel speciaals worden. Begonnen dus met
het
inscannen van folders en briefpapier, die als achtergrond voor
de
teksten moesten dienen. Toen teksten ingescand. Waarna het
`echte
werk' kon beginnen.
Nou, dat viel niet mee. Power Point is een prachtig programma
waarmee
je schitterende dingen kunt maken. Maar wanneer je iets aparts
wil
moet je je er toch `even' in verdiepen.
Om half zes vanmorgen(!) was de presentatie in principe klaar.
Daarna
nog maar een bel cognac en naar bed. Om tien uur er weer uit,
om nog
wat dingetjes te `fine-tunen'. Teksten flitsend in beeld laten
verschijnen.
Schermen langzaam, regel voor regel, in beeld laten komen;
fraaie
overvloei-effecten. Het kon niet op!
Daarna de boel saven. Ook dat gaat prachtig! Er is een optie
die heet
`Inpakken en wegwezen.' Waarna er voor gezorgd wordt dat alle
bij
de presentatie benodigde bestanden keurig worden ingepakt,
inclusief
een viewer waardoor je het programma, ook zonder het programma
Power
Point zelf beschikbaar te hebben, op elke computer kunt
draaien. Het
geheel paste op twee floppen.
Vervolgens naar hotel `De Branding' in Doorwerth, waar een
zaal met
200 mensen mij zat op te wachten. Speciaal die man van de
Rabo, die
er voor had gezorgd dat aan alles was gedacht: Videoprojector,
scherm,
laptopje voor de aansturing. ``Is het gelukt? Heb je de flop-
pen bij
je?'' vroeg hij in spanning. Ik knikte achteloos. ``Ja hoor,
het was
toch even een aardig klusje, maar het is keurig gelukt.'' De
eerste
flop ging in de computer en de installatie begon.
Helemaal mis dus. Ik had Power point 7 voor Win95 en op dat
mooie
laptopje zat Win 3.11! En hoe we het ook probeerden, Win kreeg
niks
ingelezen.
Ik heb de zaal dus maar met mijn verbale kwaliteiten
schadeloos moeten
stellen, met een inleiding die er verder overigens best mee
door kon.
Beetje saai, zo zonder beelden.
Was ik maar vroeg naar bed gegaan, gisteravond...''
Aldus Jac Trum. Buitengewoon moedig dat hij dit schoolvoor-
beeld van
het ``Demo-effect'' aan de openbaarheid prijs durft te geven!
De ramp
was waarschijnlijk niet te voorkomen geweest. Indien de Win-
dows-versie
had geklopt, dan was de stroom wel uitgevallen. Er gaat altijd
iets
mis en hoe groter het gehoor, hoe erger de pech. Jac kennende,
denk
ik overigens dat het voor de gasten nog leuker was dan wanneer
de
PP presentatie *wel* was gelukt.
* * *
``Er zit een heuse computer in, Meneer!'' sprak de verkoper op
een
samenzweerderige toon. Ik was juist binnengelopen bij de
autodealer
en had mijn interesse getoond in hun nieuwste turbodiesel met
ABS,
airbag en elektronisch startblokkeringssysteem.
Al jaren accepteer ik de verontschuldiging ``Sorry Meneer,
maar het
zit in de computer!'' niet meer als uitvlucht voor ad-
ministratieve
fouten en onvolkomenheden. Van niemand. En ook de mystiek van
een
ingebouwde computer in willekeurig welk gebruiksartikel is
reeds lang
vervlogen.
Toch stond ik er in dit geval even langer bij stil. Een heuse
computer
ingebouwd in mijn nieuwe auto? Ik zag al visioenen voor me van
Virtual
Reality projecties op een transparent display, beter bekend
als voorruit,
waarin je een wereld zonder files kunt binnenrijden. Of een
RA-player
in de audioset, die via een Internet-verbinding de werkelijke
(!)
verkeersinformatie verschaft. Want geef toch toe dat het
verbazend
is dat verkeersinformatie via de radio nog bestaat. Je hoort
direct
na het ANP-bulletin dat er 3 kilometer op de A1 staat terwijl
je weet,
omdat je er zelf bij bent, dat het er maar liefst 8 zijn.
Verkeersinformatie
is oncontroleerbaar of fout. Net zoals de weersverwachting
trouwens.
``Er zit een heuse computer in, meneer!'' sprak de verkoper op
een
samenzweerderige toon. Hij bedoelde de startonderbreking. Deze
liep
niet via een chipsleutel zoals ik in huurauto's gewend was,
maar via
een pincode. Die moest worden ingetoetst op een numeriek
toetsenbordje
vlak voor de versnellingspook. Autoliefhebbers herkennen
inmiddels
de C. model X. met het S. pakket. Maar dat terzijde. Waar het
mij
vandaag om gaat is die pincode. Ik heb inmiddels zoveel van
die beroerde
pincodes, dat ik ze niet meer kan onthouden; ik weet niet eens
meer
hoeveel ik er heb. Gek word ik er van! Creditcards, betaalpas-
sen,
het alarmsysteem van het bedrijf, user-id's, passwords, de
tank-pas,
de scope-card, elektronisch bankieren en ga maar door. Dat
valt echt
niet te onthouden.
In het softwarepakket dat mijn werkgever verkoopt, zit natuur-
lijk
een passwordbeveiliging. Met een ontsnappingsclausule. Wie
zijn password
vergeten is kan naar ons bedrijf bellen. Indien de beller
bekend is,
en de smoes goed genoeg, dan komt er van onze kant een tijdelijk password
dat eenmalig inloggen mogelijk maakt, en uitzicht biedt op
herstel
van de situatie.
Pincodes. Ik kom er zo op terug. Maar eerst dit: vandaag heb
ik een
HI-telefoon gekocht. ``Doe toch eens zuinig!'' zegt mijn
vrouw. ``vandaag
een telefoon, volgende week een turbodiesel. En de kinderen
moeten
ook nieuwe schoenen hebben.'' Persoonlijk geloof ik echter dat
geld
moet rollen. Nieuwe schoenen zijn natuurlijk nodig, maar een
turbodiesel
is wel het minste dat je kunt rijden, en een HI-telefoon is
gewoon
leuk. Genoeg reclame.
Die HI-telefoon kan behalve bellen, ook voice-mail boodschappen verwerken.
Voel je het emotionele verschil tussen de benamingen
voice-mail en
email? De laatste klinkt sneller (maar is het niet) dan gewoon
opbellen,
en de eerste klinkt luxer. Echt dat je even op zondagochtend
naar
je schoonouders belt of ze thuis zijn: dan kom je even een
bakkie
koffie doen. Hoeveel yup-iger is het niet om een voice-mailtje
te
sturen dat je zonder tegenbericht even op de koffie komt. Mijn
schoonouders
hebben geen voice- en geen email. Ze zijn gewoon thuis als ik
op zondagochtend
10-cijferig mail. En anders bel ik de schoonouders van mijn
vrouw.
Die hebben ook koffie.
Pincodes. Daar hadden we het over. In de voice-mail van de
HI-telefoon
zit weer een extra pincode. Want een onverlaat mocht eens
kunnen afluisteren
wat er in mijn mailbox zit. Of ik zondagochtend thuis ben voor
een
bakkie koffie zonder tegenbericht. In elk geval heeft ook dit
systeem
een ontsnappingsmogelijkheid. Wie zijn pincode voor het
afluisteren
van voice-mail vergeten is, kan een nieuwe pincode opgeven
door met
de HI-telefoon naar het voice-mail systeem te bellen. En om nu
te
voorkomen dat onverlaten dat zomaar doen, kun je de
HI-telefoon zelf
ook weer blokkeren met (raad eens?) een pincode! Als je die
laatste
per ongeluk vergeet, dan mag je PTT-Telecom bellen.
En je kunt ook lachen met een HI-telefoon. Al was het maar om
de garantievoorwaarden.
Artikel 4 betreft de toestelsoftware. Het bestaat uit lid a,
waarin
het kosteloos opsporen en corrigeren van fouten binnen de
garantie
wordt geplaatst, en lid b, waarin snel weer wordt beweerd dat
het
zonder onderbreking of geheel foutloos functioneren van de
software
van de garantie is uitgesloten en dat ook niet kan worden
gegarandeerd
dat alle fouten zullen worden verbeterd. Wie het begrijpt mag
het
zeggen.
Maar er valt meer te lezen in de kleine letters van de
handleiding.
Op pagina 71 wordt gewaarschuwd voor gebruik in de auto: ``De
werking
van elektronische systemen voor brandstof-injectie, ABS,
Airbag, Cruise-control,
etc. kan worden verstoord als deze apparatuur niet voldoende
is afgeschermd
tegen radiosignalen.''
En toen zag ik hoe alle stukjes van de puzzle in elkaar pasten: ik
koop die turbodiesel en luister onder het rijden naar de
voice-mail
boodschappen. Het is mijn schoonmoeder die beweert dat de
koffie op
is. Van de radiosignalen gaat een storing uit waarbij de
cruise-control
volgas geeft. Ik trap op de rem en de ABS blokkeert de wielen.
Ik
sla over de kop en beland in de sloot. Als ik er door de
zijruit uit
wil klimmen, wordt de weg geblokkeerd door mijn airbag die
langzaam
de gehele auto vult. Het modderwater komt snel omhoog over de
velours
bekleding en op de tast zoek ik de deurknop. Maar in plaats
daarvan
voel ik de HI-telefoon die vrolijk de volgende voice-mail
boodschap
afspeelt. ``Ja met mij. Kun je voordat je naar huis komt even
wat
geld pinnen, want ik heb nieuwe schoenen voor de kinderen
gekocht.''
* * *
Op 13 maart was Professor Donald Knuth
(http://www-cs-faculty.stanford/~knuth)
in Nederland. Velen kennen hem als de `vader' van het
typografische
programma TeX en als kampioen van `literate programming', een
manier
van programmeren waarbij broncode en documentatie samen een
geheel
vormen. Niet veel mensen beoefenen de kunst van Literate
Programming,
misschien omdat het nogal wat vergt van de programmeur, die
behalve
een goede programmeur ook nog een goede schrijver moet zijn,
want
het doel bij LP is eigenlijk om een onberispelijke program-
macode te
maken en daar een tegelijk heldere, goed vormgegeven documen-
tatie
bij te leveren. Wanneer het `geletterde programma' is vol-
tooid, kan
een ander programma het literaire eigeel weer scheiden van de
programmadooier,
waardoor je alsnog een handleiding en een te compileren
programmacode
krijgt. TeX zit zelf op die manier in elkaar en de kenners
waren dan
ook benieuwd naar de ontmoeting tussen Knuth en een groep
TeX-gebruikers
die plaatsvond in `De Rode Hoed'. Donald Knuth bleek een
vrolijke,
erudiete en spraakzame man, die meer wist over de beroemde
Nederlandse
typografen dan zijn Hollandse gehoor. In zijn antwoorden op de
vragen
die hem door de bezoekers werden gesteld vervlocht hij talloze
anecdotes.
Op mijn vraag of hij TeX nu als zijn artistieke schepping of
als zijn
zelfgemaakt gereedschap beschouwt, antwoordde hij dat hij
juist in
het Rijksmuseum een tentoonstelling over lelijkheid had
bezocht: `kunst'
hoeft dus niet altijd esthetisch te zijn. Niet voor niets is
de naam
TeX afgeleid van het Griekse woord *techne*, datgene wat door
mensenhand
is gemaakt in tegenstelling tot hetgeen de natuur zelf
voortbrengt.
``Met TeX wilde ik het mogelijk maken iets te produceren waar
je trots
op kunt zijn, iets waaraan je met plezier iets langer werkt om
het
mooier te maken. Het kwam niet in me op dat de hele wereld het
zou
gaan gebruiken!'' gekscheerde Knuth die juist in Tsjechos-
lowakije
had gehoord dat daar een project met een zeer ruim budget is
gestart
om een nieuwe encyclopedie te maken. Men koos er voor TeX
nadat andere
pakketten te lelijk werden gevonden.
Oorspronkelijk echter was TeX alleen bedoeld voor Knuth zelf
en zijn
secretaresse, om Kuths levenswerk `The Art of Computer
Programming'
mee te schrijven. ``Ik ben aan dat boek begonnen toen ik 24
was en
er ligt nog voor 20 jaar werk --- ik zou er geen zin in hebben
als
het er lelijk uit zou zien...'' Pas tien jaar nadat Knuth van
school
afkwam, werd het mogelijk om kleine letters op een computer te
tikken.
Daarvoor was alles in hoofletters. Nooit had iemand eraan
gedacht
dat de computer meer dan 64 tekens zou moeten kennen. ``Halv-
erwege
de zeventiger jaren konden we pas hoofd- en kleine letters
gaan gebruiken.
Wow! Al bijna een boek!''
Knuth stelde zich vervolgens ten doel zich te meten met de
beste typografie
die tot dan toe was vertoond. Bestaande software (TROFF, EQN)
was
te zeer doorspekt met beperkingen uit het verleden en zelfs
TeX is
na de eerste vijf jaar helemaal geschrapt om van voren af aan
te worden
herschreven tot wat het vandaag is: de kern van een programma
waarmee
98 procent van de vormgeving van een tekst (boek, artikel)
vanzelf
gaat. ``De laatste klusjes eraan doe ik dan om het extra mooi
te maken,
als het ware om te vieren dat het werk af is.''
Knuth had het tenslotte over `end tags'. Een collega voert
bijna
dwangmatig zulke dingen in, ook waar het niet nodig is (hij
eindigt
bijvoorbeeld zijn commentaar in teksten steevast met `end of
comment').
Toen die collega om een of andere reden werd ge erd, schreef
Knuth
een artikel te zijner ere en na de `acknowlegde ments' besloot
hij
met een knipoog: `End of acknowledgement.' Knuth zei daarover
``dat
was eens maar nooit weer!'' Met end tags in HTML heeft hij
even grote
moeite. Ook al is het niet verplicht, hij heeft zijn uiterste
best
("I SCRUPULOUSLY marked up the page...") gedaan om zich bij
het schrijven
van zijn eigen homepage strikt aan de conventies te houden,
inclusief
.../p rondom alinea's (``...but I found it a TERRIBLE
nuisance'')
en Knuth besloot met:
``I'm not very good at filling in that last ending line, I
guess.''
End of column.
Frans Goddijn &
Peter van Zeeland
fg@fgbbs.iaf.nl
foobar@pi.net
http://www.pi.net/~fg
http://ourworld.compuserve.com/homepages/foobar