next -index- prev

Multi Modem Test: V.34 of ISDN

Veel keuze in V.34, ISDN nauwelijks leverbaar

PTT Telecom propageert ISDN als het datacommunicatiemedium bij uitstek. Tot nu toe is de populariteit van dit digitale netwerk echter slechts beperkt, terwijl de analoge modems als warme broodjes over de toonbank gaan. Wij hebben diverse leveranciers gevraagd hun meest actuele V.34- en/of ISDN- `modem' ter test aan te bieden. Dat er op de testbank uiteindelijk slechts é én ISDN-modem terechtkwam was ook voor ons een beetje teleurstellend. De goede prestaties van de V.34-modems maken echter veel goed.

Technisch gezien verschillen modems voor het analoge telefoonnetwerk en interfaces naar het ISDN-netwerk als hemel en aarde. Terwijl een V.34-modem de digitale signalen van de computer omzet in een gemoduleerd analoog signaal dat binnen de bandbreedte van het telefoonnetwerk (grofweg tussen de 300 en 3000 Hz) valt, heeft een ISDN-adapter de relatief eenvoudige taak de digitale data in een voor het digitale ISDN-netwerk geschikt protocol in te pakken. Een ISDN-interface is in feite een soort netwerkkaart, die niet eens zo veel verschilt van de Ethernet- of Token Ring kaart die in veel PC's wordt gebruikt.
In dat opzicht is het eigenlijk vreemd dat het zo moeilijk is om aan een goede ISDN-interface te komen. Technisch gezien zijn hier eigenlijk geen redenen voor. Het probleem is waarschijnlijk de geringe populariteit van ISDN en het ontbreken van een goede standaard voor ISDN-interfaces. Dit laatste heeft tot gevolg dat het vaak moeilijk - zo niet onmogelijk - is twee ISDN-interfaces van verschillend fabrikaat met elkaar in contact te laten treden. De oorsprong van deze problematiek ligt in het feit dat apparatuur voor ISDN in eerste instantie alleen door PTT Telecom geleverd mocht (en kon) worden. Nu dit monopolie opgeheven is, is de markt in principe vrij. Apparatuur moet nog steeds worden goedgekeurd door PTT Telecom, maar deze goedkeuring biedt geen garantie voor end-to-end compatibiliteit. Hierdoor is het van cruciaal belang te weten met welke hardware uw communicatiepartner werkt, aangezien dit uw keuze beperkt tot kaarten die compatible zijn met de betreffende apparatuur. In het geval dat de ISDN-kaart gebruikt moet worden voor het inbellen op een router (van een Internet Access Provider of een intern netwerk) ligt de zaak nog wat ingewikkelder, aangezien er niet gewoon gekozen kan worden voor een kaart van hetzelfde merk en type (dit biedt de beste garantie voor een probleemloze verbinding).

Spraakverwarring
Ook analoge modems kunnen niet altijd even goed met elkaar overweg. Met name de V.34-modems van de eerste generatie hadden soms last van babylonische spraakverwarring, waar- door het niet mogelijk was (of is) op de hoogste snelheid te communiceren. Zo is het met het modem dat ik zelf in gebruik heb (GVC 28K8 intern) niet mogelijk om op de hoogste snelheid te communiceren met mijn Internet Access Provider. In plaats van 28.800 bps heb ik regelmatig `slechts' 26.000 bps of 24.600 bps ter beschikking. Dit probleem doet zich voor in combinatie met sommige modems, in andere gevallen zijn er geen beperkingen. Dit voorbeeld geeft aan dat er ook op het gebied van analoge modems soms nog problemen rond compatibiliteit zijn, ondanks de duidelijke standaarden die de ITU (International Telecommunications Union) op dit gebied beheert. Deze problemen komen voort uit de onvrede die de fabrikanten van modemchips met dit (trage, logge en ambtelijke) orgaan hadden. Terwijl de techniek al lang rijp was voor 28.800 bps, hadden de ambtenaren van ITU nog meer tijd nodig om dit feit te onderkennen.
Rockwell, een van de toonaangevende modemchipfabrikanten, heeft daarop besloten de processoren voor de `werkstandaard' V.fast in produktie te nemen. V.fast lijkt als twee druppels water op V.34, alleen tijdens de verbindingsfase verschilt het protocol van de huidige standaard. Er kwamen diverse modems op de markt die voorzagen in V.fast-compatibiliteit, waarbij gebruik gemaakt werd van een van de processoren van Rockwell. Aangezien het hier ging om een produkt dat feitelijk nog niet helemaal uitgekristalliseerd was, zijn er in de loop der tijd verschillende versies van deze V.fast-processor in omloop gekomen. Toen V.34 geratificeerd was kwam de stroom `V.34-compatible' modems langzaam op gang. Vaak bleek het hier uiteindelijk niet om echte V.34-modems te gaan, maar om apparaten die `V.34-snelheid' boden of `V.34 voorbereid' waren. In veel gevallen betrof het V.fast-modems met een nieuwe sticker op de doos.
Naast de V.34 (en V.fast Class) standaard voor snelle datacommunicatie hebben diverse modemfabrikanten een tijd lang eigen standaarden gehanteerd waarmee snellere communicatie mogelijk was dan de volgens de ITU (en CCITT-, de voorganger van de ITU) standaarden. Voorbeelden hiervan zijn PeP, HST en nog een aantal andere (vaak obscure) protocollen. Deze protocollen zijn na het verschijnen van de eerste V.fast-modems al snel op de achtergrond geraakt, aangezien de maximaal haalbare snelheid altijd onder die van V.FC lag. De hoogst haalbare snelheid via het analoge telefoonnet is op dit moment 33.600 bps, deze snelheid wordt slechts door een handvol US-Robotics-modems ondersteund. De kans dat u een dergelijk modem in de praktijk aan de andere kant van de lijn tegenkomt is daarmee niet groot, en de praktische waarde van deze uitbreiding is dan ook (op dit moment) gering.

Soft-modem?
De meeste modems zijn voorzien van een specifieke modemprocessor, waarbij de functionaliteit in de hardware is `ingebakken'. Op de print zit dan een EPROM waarin het `besturingssysteem' van het modem (dat verantwoordelijk is voor het verwerken van de commando's van de gebruiker) is opgeslagen. De feitelijke modulatie is bij deze modems een functie van de hardware (ook wel datapomp genoemd), het `besturingssysteem' heeft hier geen invloed op. Als een dergelijk modem niet compabtible is met een ander exemplaar, is vervanging van een van beide modems de enige oplossing. Er zijn echter ook modems die volgens een andere methode werken, een goed voorbeeld hiervan is het US-Robotics Courier-modem, de IBM Mwave en de Miroconnect v.34 (beide gebaseerd op de IBM Mwave-DSP) en de modems van ZyXEL. Deze modems zijn niet voorzien van een protocol-specifieke modemchip, in plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van een Digitale Signaal Processor. Een DSP is een microprocessor waarvan de instructieset is geoptimaliseerd voor het uitvoeren van bewerkingen op digitale representaties van analoge signalen. De DSP kan worden geprogrammeerd voor het uitvoeren van diverse taken, zoals bijvoorbeeld het moduleren van digitale data op een analoge carrier. De modulatiekarakteristiek van deze modems kan worden gewijzigd door aanpassingen in de DSP-programmatuur. Dergelijke modems kunnen over het algemeen softwarematig worden opgewaardeerd. Bij het verschijnen van een nieuwe communicatiestandaard kan het modem door middel van een software-update vaak met de ontwikkelingen meegaan, gesteld dat de hardware voorziet in de eisen van de nieuwe standaard. De overgang van V.32bis naar V.fast en ten slotte V.34 leverde in theorie dus weinig problemen op voor de bezitters van een DSP-modem. In de praktijk bleek het gemak waarmee de software van deze modems vervangen kan worden te leiden tot een soort publieke bè ;tatest van nieuwe modemsoftware. Aangezien die software vaak nog fouten bevatte leidde dit tot de nodige frustratie bij de gebruikers.

Modems testen
Modems kunnen op een aantal manieren getest worden. De theoretisch beste methode bestaat uit het gebruik van een lijnsimulator, een referentiemodem en een vastgesteld testscript, waarin alle eigenschappen van de modems onder de loep worden genomen. De lijnsimulator simuleert een telefoonverbinding, en kan worden gebruikt voor het introduceren van diverse veel voorkomende storingen op het openbare telefoonnet. Op deze wijze kan ieder modem aan dezelfde storingen blootgesteld worden, en wordt een herhaalbaar resultaat verkregen. Het nadeel van een dergelijke test is dat de modems slechts in een kunstmatige versie van de werkelijkheid worden beproefd. De kans dat je aan de andere kant van de lijn een referentiemodem van ettelijke duizenden guldens aantreft mag als verwaarloosbaar worden gezien, en ook de lijnsimulator is niet meer dan wat de naam impliceert: een simulatie van de werkelijkheid. Wie over de bovenbeschreven apparatuur beschikt kan binnen relatief korte tijd een groot aantal modems beproeven, met de garantie dat de resultaten (bij juist gebruik van de apparatuur) herhaalbaar zijn. Wie, zoals wij, niet de beschikking heeft over dit assortiment aan testapparatuur kan natuurlijk aankloppen bij een bedrijf dat wel over deze hardware beschikt. Het is echter ook mogelijk de test op een andere manier uit te voeren, die wellicht wat minder wetenschappelijk verantwoord is, maar wel dichter bij de praktijk staat: gebruik de modems waar ze voor gemaakt zijn, zo veel en zo vaak mogelijk, en noteer je ervaringen. Voer vervolgens een aantal tests in gecontroleerde omstandigheden uit (bijvoorbeeld via een bedrijfstelefooncentrale) en maak aan de hand van de opgedane ervaringen een conclusie over het gedrag van het betreffende modem in de praktijk. De onberekenbare factor in dit scenario is PTT Telecom, het is namelijk niet mogelijk de kwaliteit van de lijnverbinding te voorspellen of te be‹nvloeden. Dit probleem kan gedeeltelijk worden omzeild door meer (en langere) tests uit te voeren, waardoor de kans op een verstoring van het resultaat door lijnproblemen verminderd wordt. U begrijpt na het lezen van voorgaande omschrijving waarschijnlijk al hoe wij de modemtest hebben opgezet.

Niet alleen data
Alle geteste modems beschikken over faxmogelijkheden. Dit betekent dat u met alle modems in combinatie met geschikte software faxen kunt versturen en ontvangen. Deze software wordt over het algemeen met het modem meegeleverd, maar is (net zoals de meegeleverde communicatiesoftware) vaak van twijfelachtige kwaliteit en slechts beperkt inzetbaar. Gelukkig beschikken de meeste besturingssystemen tegenwoordig zelf over faxmogelijkheden (dit geldt in ieder geval voor Windows 3.11, Windows95 en OS/2), waarmee het belang van de meegeleverde software slechts gering is. Vaak wordt deze software door de fabrikant meer uitgekozen op prijs dan op kwaliteit, het motto `als er maar iets bijzit is het al goed' lijkt in veel gevallen van toepassing.
Er bestaan ook modems die meer kunnen dan alleen data volgens vastgestelde protocollen over het telefoonnet sturen. Deze zogenaamde voice-modems beschikken over de mogelijkheid het ingaande analoge signaal in digitale vorm te registreren, en een willekeurig digitaal signaal in analoge vorm aan de uitgang te presenteren. Mocht deze omschrijving u wat cryptisch voorkomen, dan hoeft u alleen te bedenken dat we hier het principe van een digitale recorder hebben omschreven om te begrijpen wat deze apparaten zo bijzonder maakt. Voice-modems kunnen onder andere worden gebruikt als antwoordapparaat, maar ook ambitieuzere toepassingen zoals voice-mail behoren tot de mogelijkheden. De functionaliteit is feitelijk afhankelijk van de gebruikte software.
In deze test hebben we geen voice-modems opgenomen. Alleen de US-Robotics Courier zou eventueel voor deze doeleinden bruikbaar kunnen zijn, aangezien dit DSP-modem softwarematig tot allerlei kunstjes verlokt kan worden. Bij gebrek aan geschikte software hebben we deze (theoretische) mogelijkheid niet beproefd. Naast de boven beschreven extra mogelijkheden kan een modem nog een aantal andere diensten aanbieden. Denk hierbij aan Call-back ondersteuning (de modem belt zelfstandig terug naar een vastgesteld nummer, waardoor het vrijwel onmogelijk is op het systeem in te breken), codering (de data wordt met behulp van een standaard protocol zoals DES versleuteld voordat deze verstuurd wordt, dit maakt het vrijwel onmogelijk een modemverbinding af te luisteren) of DSVD (Digital Simultaneous Voice and Data, een nieuw protocol waarmee data en spraak gelijktijdig over dezelfde telefoonlijn kunnen worden gestuurd. Dit kan alleen met speciaal voor DVSD ontwikkelde voice-modems, die u in deze test niet aan zult treffen). We zullen u verdere technische rariteiten besparen, aangezien de meeste modems in deze test hier toch geen mogelijkheden voor bieden. Duidelijk is wel dat de voortschrijdende digitale technologie het nu mogelijk maakt de capaciteit van een analoge telefoonlijn optimaal te benutten. Dit is van belang gezien de mogelijkheden die in het vizier komen met de toenemende populariteit van Internet. Telefoneren via Internet is technisch gezien nu al mogelijk, maar de kwaliteit en betrouwbaarheid van de verbinding is op dit moment nog minimaal, om nog maar te zwijgen over de geringe kans dat de persoon die u wilt bereiken over geschikte apparatuur en programmatuur beschikt. De ontwikkelingen op dit gebied gaan echter razend snel; voor vrijwel ieder besturingssysteem van belang is inmiddels wel goede Internet-telefoniesoftware beschikbaar. Wat u verder nog nodig heeft om via het Net de wereld af te bellen is een geluidskaart en een betrouwbare verbinding met Internet. De modem is (bij gebruik van een analoge telefoonlijn) een cruciale schakel in deze verbinding.

ISDN
Na al dit analoge geweld en de conclusie dat moderne modems heel wat uit een analoge telefoonlijn weten te halen lijkt ISDN een overbodige luxe. De capaciteit van een ISDN-lijn is echter nog altijd stukken hoger dan haalbaar is met het meest geavanceerde modem en een analoge verbinding. Een enkel ISDN B-kanaal biedt een capaciteit van 64.000 bps, dit kan met behulp van datacompressie in de meeste gevallen minimaal worden verdubbeld. Een standaard ISDN-aansluiting (ook wel BRI of Basic Rate Interface genoemd) biedt twee van zulke B-kanalen plus een D-kanaal met een capaciteit van 16.000 bps, dat gebruikt wordt voor signalering en besturing. De twee B-kanalen kunnen onafhankelijk worden gebruikt, het is dus mogelijk gelijktijdig te telefoneren en een data-verbinding tot stand te brengen (of te telefoneren terwijl u voor anderen telefonisch bereikbaar blijft). ISDN maakt gebruik van de normale `local loop', de data komt dus over een normale telefoonkabel uw huis of bedrijf binnen. Wie via een ISDN-lijn wil telefoneren moet beschikken over een speciaal telefoontoestel of een ISDN terminal-adapter waarop een normaal toestel kan worden aangesloten. Wie ISDN voor datacommunicatie wil gebruiken dient de beschikking te hebben over een ISDN terminal-adapter die beschikt over een interface naar de computer, vaak in de vorm van een ISDN-kaart maar soms ook (zoals in het geval van de door ons geteste Tornado TL Pro) uitgevoerd als een externe eenheid met seri‰le of parallelle interface. Het is gelukkig ook mogelijk via een ISDN-lijn een verbinding met abonnees op het analoge telefoonnet tot stand te brengen, ook verbindingen met analoge modems zijn mogelijk als uw ISDN-adapter deze mogelijkheid ondersteunt (zoals de in dit artikel besproken Tornado TL Pro).
ISDN (de letters staan voor `Integrated Services Digital Network') is een digitaal netwerk, waardoor het niet meer nodig is de digitale signalen van de computer op een analoge draaggolf te moduleren. In plaats daarvan moet een ISDN-adapter de data verpakken in een op het ISDN-net gangbaar protocol. En daar zit hem nu net het probleem, er zijn namelijk een aantal verschillende protocollen in gebruik die wederzijds niet compatible zijn. In de Verenigde Staten wordt gebruik gemaakt van andere snelheden en protocollen dan in Europa, en ook in Europa heeft ieder land een eigen dialect in gebruik. De wildgroei van protocollen is tot staan gebracht met de komst van Euro-ISDN, maar hiermee zijn nog niet alle problemen opgelost. Een geheel ander probleem dat het nut van een ISDN-aansluiting nu nog vermindert is de grote onkunde die diverse aanbieders van ISDN-services ten toon spreiden. Zonder namen te noemen kunnen we stellen dat het gros van de huidige ISDN-diensten falen als het gaat om het nakomen van gedane beloften. Dit ligt niet aan de kwaliteit van de apparatuur, het is meestal het gevolg van een onjuiste dimensionering van de apparatuur (servers zijn vaak overbelast) en een onjuiste configuratie.

De test
In deze test hebben wij 9 modems en een ISDN-adapter in de harde praktijk uitgeprobeerd. We hebben met alle modems diverse verbindingen opgezet (of geprobeerd op te zetten), zowel onderling via een gecontroleerde verbinding als `in het wilde weg'. Voor deze laatste test hebben wij een aantal BBS-systemen, Internet Access Providers en bevriende modemgebruikers geselecteerd die als proefkonijn dienst deden. De resultaten van deze test geven een indruk van het gedrag van de modem in de dagelijkse praktijk. Zeker de Internet-test is in dit geval interessant, aangezien het steeds vaker voor zal komen dat modems voor deze taak worden ingezet. De voor Internet-toegang gebruikte protocollen zijn redelijk vergevingsgezind als het gaat om de verbindingskwaliteit, maar toch stelt een SLIP- of PPP-verbinding hogere eisen aan de modemverbinding dan een terminal-sessie of een Zmodem-download. Bij een terminal-verbinding leest de gebruiker over het algemeen door de storingen heen, maar PPP en SLIP zijn niet zo vergevingsgezind.
De protocollen bieden weliswaar foutdetectie en herhaalde verzending, maar dat gaat sterk ten koste van de capaciteit. Internet is ons trouwens op een ander punt ook van nut geweest bij deze (en andere) tests. Via het Net hebben we gezocht naar gebruikers van de door ons geteste modems, en hen gevraagd naar hun ervaringen. De oogst was nog niet echt overweldigend, maar het leverde soms wel interessante gegevens op.

Commandotaal
Alle modems verstaan tenminste de basisvocabulaire van de Hayes AT-commandotaal voor modemprogrammering. Naast die basisinstructies (zoals `ATDT' voor `ATtention Dial Tone' of `ATH' voor `ATtention Hangup') heeft iedere fabrikant een aantal specifieke instructies toegevoegd, die gebruikt kunnen worden voor het configureren van het modem. Gelukkig hoeft u zich meestal geen zorgen te maken over deze extra's, aangezien alle modems in de basisconfiguratie goed presteren. Die basisconfiguratie wordt ingesteld met het commando AT& ;F (ATtention Factory settings). Veel communicatieprogramma's bieden de mogelijkheid de configuratie van het modem aan te passen door initialisatie-strings te veranderen. Hierbij valt op dat voor zo ongeveer ieder modem een unieke initialisatie-string gebruikt wordt, die bij toepassing op een ander modem tot onvoorspelbare resultaten kan leiden. Onze ervaring is echter dat het vaak net zo goed is die hele initialisatie-string te vervangen door het bovengenoemde AT&F-commando, waarmee vrijwel altijd een goede verbinding mogelijk is (uitzonderingen daargelaten natuurlijk).

Bps, baud, ...
Om de spraakverwarring rond de snelheidsindicatie van modems voor eens en altijd uit de wereld te helpen zullen we nog even ingaan op het verschil tussen bps (bits per seconde) en baud (toestandswisselingen per seconde). Baud (afgeleid van de naam van de uitvinder van de telex, Baudot) is een eenheid voor het aantal toestandswisselingen per seconde. Een baud betekent een toestandswisseling per seconde, het signaal verandert een maal per seconde. Hiermee is nog niet gespecificeerd welke betekenis aan die toestandswisseling wordt gegeven, en daar ligt hem het venijn. Tot 300 baud gaat alles goed, hierbij is een toestandswisseling (bijvoorbeeld een verandering in de uitgangsfrequentie) gelijk aan een bit, waardoor 300 baud gelijk is aan 300 bps. Bij modems die meer dan 600 bits per seconde over een telefoonlijn kunnen sturen wordt er echter onderscheid gemaakt tussen verschillende toestandswisselingen. Met andere woorden, er worden meerdere bits in een toestandswisseling gecodeerd, waardoor er dus meerdere toestandswisselingen mogelijk zijn. Zo maakt een V22.bis-modem (met een maximum snelheid van 2400 bps) onderscheid tussen zestien verschillende toestandswisselingen, waardoor er vier bits in een baud passen. De baudsnelheid van een dergelijk modem is 600, de bitsnelheid 2400. Snellere modems maken onderscheid tussen nog meer verschillende toestandswisselingen, waardoor er nog meer informatie in een toestandswisseling past.

Interspeeder
De meeste modems worden tegenwoordig op een vaste RS232-snelheid (ook wel DTE-snelheid genoemd, DTE staat voor Data Terminal Equipment) van 57.600 of 115.200 bps gebruikt. Dit betekent niet dat de data ook met die snelheid over de telefoonlijn gaat, het gaat hier om de snelheid van de verbinding tussen de computer en het modem. Om dit mogelijk te maken moet het modem over een zogenaamde interspeeder beschikken. De interspeeder buffert de te verzenden data en stuurt die met de juiste snelheid naar de datapomp, waarna de reis over het telefoonnet begint. Met name bij het gebruik van datacompressie (MNP-5, V.42bis) en foutcorrectie (MNP 2-4 en MNP-10, V.42 LAPM) is deze buffering noodzakelijk, aangezien deze protocollen werken op blokken data. Een bijkomend voordeel van de interspeeder is dat het mogelijk is te werken met een verschillende zend- en ontvangstsnelheid, ofschoon dit tegenwoordig eigenlijk nauwelijks meer wordt gebruikt.

VERVOLG

Frank de Lange