next -index- prev

De grafische driehoek II

Lijntekenapplicaties

De wereld van `electronic publishing' steunt op de pilaren van drie soorten programma's: paginaopmaak, illustratie en fotoretouche. In een serie van drie artikelen worden de voornaamste exponenten van die soorten op een rijtje gezet. De illustratiesoftware wordt in dit nummer als tweede onder de loep genomen.

Voorafgegaan door de komst van lay-out-programmatuur en gevolgd door die van beeldbewerkingssoftware was de introductie van de lijntekenapplicatie CorelDRAW! in 1988 de tweede belangrijke ommekeer in de ontwikkeling van grafische software voor de PC. Op dat moment bestonden er weliswaar reeds vergelijkbare producten zoals Micrografx Designer en GEM Draw, maar het was CorelDRAW! dat er vrijwel onmiddellijk in slaagde marktleider te worden. In de Apple Macintosh-omgeving domineerde Adobe met Illustrator en probeerde Aldus die hegemonie te doorbreken met het van Altsys overgenomen FreeHand. Van beide programma's werden later ook Windows-versies uitgebracht, zonder echter ooit de positie van CorelDRAW! te kunnen bedreigen.
Tussentijdse concurrenten, zoals Harvard Graphics of Lotus FreeLance, zijn inmiddels omgebouwd tot bescheiden presentatiepakketten of afgegaan door de zijdeur.

Pixels
Een illustratieprogramma is het logische verlengstuk van een opmaakpakket. Een lay-out maakt men met tekst en afbeeldingen. De meeste opmaak-software voorziet in gereedschappen om tekstblokken vorm te geven, maar het tekengereedschap blijft doorgaans beperkt tot hulpmiddelen om lijnen en rechthoeken te trekken. Alles wat een grilligere vorm dient te krijgen dan dat moet dus op een andere manier worden gemaakt.
Het probleem van de eerste tekenprogramma's was dat ze werkten met `pixels', oftewel beeldelementen in de vorm van zwarte of witte puntjes. Dat maakte dat de omvang van een illustratie strikt gerelateerd was aan het oplossend vermogen van de afdrukeenheid en bovendien dat de bestandsomvang relatief groot was. Voor laserprinters was het verwerken van een pagina met een digitale tekening dan ook een hele klus.

PostScript
Een oplossing voor bovenstaand probleem werd aangereikt door Adobe met de paginabeschrijvingstaal PostScript. PostScript is een programmeertaal waarmee grafische elementen kunnen worden beschreven door middel van mathematische formules voor lijnen en curven in plaats van met afzonderlijke `dots'. Om op een dergelijke manier illustraties aan te kunnen maken diende men destijds echter in PostScript te kunnen programmeren en dat is iets waar illustratoren ongaarne doen. Lange tijd hebben grafisch vormgevers in den blinde moeten werken.
Ze konden wel opmaken en op PostScript-printers afdrukken, alleen wat ze op hun beeldscherm zagen was slechts een benadering van het uiteindelijke resultaat. In een document ingebedde PostScript-bestanden waren zelfs helemaal niet te zien; die werden gerepresenteerd door een rechthoek met een diagonaal kruis er doorheen.

Font
Opmerkelijk genoeg was het ook toen al Corel die hulpprogramma's zoals Headline op de markt bracht waarmee dergelijke ingebedde, doch onzichtbare lijntekeningen konden worden gemaakt. De `interface' daarvan was evenwel bijna even ondoorzichtig als de programmeertaal zelf. Het was duidelijk dat alleen een volwaardig, op de eigenschappen van PostScript gebasseerde applicatie soelaas kon bieden.
Achteraf bezien waren de omwegen die grafisch georiënteerde PC-gebruikers moesten bewandelen om aan bruikbare afbeeldingen in `encapsulated PostScript'-formaat te komen, zonder de coördinaten van iedere lijn eerst uit te hoeven rekenen, tamelijk aandoenlijk. Bij ontstentenis van een bruikbaar illustratiepakket moest men ´ bijvoorbeeld ´ zijn toevlucht zoeken tot een letterontwerpprogramma dat onder Windows draaide en Publishers TypeFoundry heette. Een daarin gemaakte tekening kon namelijk met enige fantasie tot een PostScript-font geconverteerd en vervolgens daaruit los geknipt worden. Het was bewerkelijk, maar het wierp resultaten af.

Achterstand
Geen wonder dus dat CorelDRAW! zulk een doorslaggevend succes was.
De komst van dat programma maakte de enorme achterstand die Microsoft Windows op Apple Macintosh had in een klap tot een overzichtelijke tweede plaats. De ontwikkelingen zijn sindsdien in een stroomversnelling geraakt.
Een opmerkelijk verschijnsel dat zich daarbij voordoet is dat de grenzen tussen de diverse soorten grafische programmatuur zijn gaan vervagen. Lijntekenapplicaties zijn tot op zekere hoogte de functie van lay-out-pakketten gaan overnemen en hebben tegelijkertijd hulpmiddelen gekregen om beeldmateriaal te bewerken. De verwachting dat in de toekomst alle grafische functies in een omgeving zullen zijn ondergebracht wordt vooralsnog nochtans geloochenstraft door de enorme ballast die dat met zich meebrengt. Nu al is het zo dat de betrekkelijk eenvoudige toepassingen van weleer zijn uitgegroeid tot mastodonten, terwijl ze toch niet meer hoeven te kunnen doen dan destijds: een platform bieden voor het maken van tekeningen. In het hiernavolgende passeren de drie meest toonaangevende lijntekenapplicaties de revue.

Vervolg: Adobe Illustrator

Robert Kooijman