Voorafgegaan door de komst van lay-out-programmatuur en gevolgd
door die van beeldbewerkingssoftware was de introductie van de
lijntekenapplicatie CorelDRAW! in 1988 de tweede belangrijke
ommekeer in de ontwikkeling van grafische software voor de PC. Op
dat moment bestonden er weliswaar reeds vergelijkbare producten
zoals Micrografx Designer en GEM Draw, maar het was CorelDRAW!
dat
er vrijwel onmiddellijk in slaagde marktleider te worden.
In de Apple Macintosh-omgeving domineerde Adobe met Illustrator
en
probeerde Aldus die hegemonie te doorbreken met het van Altsys
overgenomen FreeHand. Van beide programma's werden later ook
Windows-versies uitgebracht, zonder echter ooit de positie van
CorelDRAW! te kunnen bedreigen.
Tussentijdse concurrenten, zoals Harvard Graphics of Lotus
FreeLance, zijn inmiddels omgebouwd tot bescheiden
presentatiepakketten of afgegaan door de zijdeur.
Pixels
Een illustratieprogramma is het logische verlengstuk van een
opmaakpakket. Een lay-out maakt men met tekst en afbeeldingen. De
meeste opmaak-software voorziet in gereedschappen om tekstblokken
vorm te geven, maar het tekengereedschap blijft doorgaans beperkt
tot hulpmiddelen om lijnen en rechthoeken te trekken. Alles wat
een
grilligere vorm dient te krijgen dan dat moet dus op een andere
manier worden gemaakt.
Het probleem van de eerste tekenprogramma's was dat ze werkten
met
`pixels', oftewel beeldelementen in de vorm van zwarte of witte
puntjes. Dat maakte dat de omvang van een illustratie strikt
gerelateerd was aan het oplossend vermogen van de afdrukeenheid
en
bovendien dat de bestandsomvang relatief groot was. Voor
laserprinters was het verwerken van een pagina met een digitale
tekening dan ook een hele klus.
PostScript
Een oplossing voor bovenstaand probleem werd aangereikt door
Adobe
met de paginabeschrijvingstaal PostScript. PostScript is een
programmeertaal waarmee grafische elementen kunnen worden
beschreven door middel van mathematische formules voor lijnen en
curven in plaats van met afzonderlijke `dots'. Om op een
dergelijke
manier illustraties aan te kunnen maken diende men destijds
echter
in PostScript te kunnen programmeren en dat is iets waar
illustratoren ongaarne doen.
Lange tijd hebben grafisch vormgevers in den blinde moeten
werken.
Ze konden wel opmaken en op PostScript-printers afdrukken, alleen
wat ze op hun beeldscherm zagen was slechts een benadering van
het
uiteindelijke resultaat. In een document ingebedde
PostScript-bestanden waren zelfs helemaal niet te zien; die
werden
gerepresenteerd door een rechthoek met een diagonaal kruis er
doorheen.
Font
Opmerkelijk genoeg was het ook toen al Corel die hulpprogramma's
zoals Headline op de markt bracht waarmee dergelijke ingebedde,
doch onzichtbare lijntekeningen konden worden gemaakt. De
`interface' daarvan was evenwel bijna even ondoorzichtig als de
programmeertaal zelf. Het was duidelijk dat alleen een
volwaardig,
op de eigenschappen van PostScript gebasseerde applicatie soelaas
kon bieden.
Achteraf bezien waren de omwegen die grafisch georiënteerde
PC-gebruikers moesten bewandelen om aan bruikbare afbeeldingen in
`encapsulated PostScript'-formaat te komen, zonder de
coördinaten
van iedere lijn eerst uit te hoeven rekenen, tamelijk
aandoenlijk.
Bij ontstentenis van een bruikbaar illustratiepakket moest men
´
bijvoorbeeld ´ zijn toevlucht zoeken tot een
letterontwerpprogramma
dat onder Windows draaide en Publishers TypeFoundry heette. Een
daarin gemaakte tekening kon namelijk met enige fantasie tot een
PostScript-font geconverteerd en vervolgens daaruit los geknipt
worden. Het was bewerkelijk, maar het wierp resultaten af.
Achterstand
Geen wonder dus dat CorelDRAW! zulk een doorslaggevend succes
was.
De komst van dat programma maakte de enorme achterstand die
Microsoft Windows op Apple Macintosh had in een klap tot een
overzichtelijke tweede plaats.
De ontwikkelingen zijn sindsdien in een stroomversnelling
geraakt.
Een opmerkelijk verschijnsel dat zich daarbij voordoet is dat de
grenzen tussen de diverse soorten grafische programmatuur zijn
gaan
vervagen. Lijntekenapplicaties zijn tot op zekere hoogte de
functie
van lay-out-pakketten gaan overnemen en hebben tegelijkertijd
hulpmiddelen gekregen om beeldmateriaal te bewerken. De
verwachting
dat in de toekomst alle grafische functies in een omgeving zullen
zijn ondergebracht wordt vooralsnog nochtans geloochenstraft door
de enorme ballast die dat met zich meebrengt.
Nu al is het zo dat de betrekkelijk eenvoudige toepassingen van
weleer zijn uitgegroeid tot mastodonten, terwijl ze toch niet
meer
hoeven te kunnen doen dan destijds: een platform bieden voor het
maken van tekeningen.
In het hiernavolgende passeren de drie meest toonaangevende
lijntekenapplicaties de revue.
Robert Kooijman